Naar de geest van de wet (en niet de letter)

De algemene verordening persoonsgegevens. Veel sexier kan ik het niet maken, ik ben er al enige tijd druk mee. Of eigenlijk, ik heb een bedrijf gevraagd om er namens mij druk mee te zijn. Het is niet genoeg sexie voor mij, waarmee ik wil zeggen… man wat is het een ver van mijn bed show. 
 
Het is slechts zelden dat ik in mijn werktijd een gesprek uit mijn tenen moet laten komen, behalve dan bij de AVG. Ik benijd daarom mijn ingehuurde specialist ook niet. Ze zou maar met mij aan tafel moeten zitten. 
 
Inmiddels zijn we bijna bij een afronding gekomen van het proces dat op onze 21 scholen moet leiden naar het netjes binnen de strikte wet- en regelgeving wandelen. Strikt. Inderdaad niet mijn sterkste punt. Immers ik ben meer iemand van het ‘gezonde verstand’ en het ‘vertrouwen in de mensen die er toe doen in het primaire proces’. De AVG is het tegenovergestelde. Het gezonde verstand kan ik beter thuis laten en wantrouwen is het uitgangspunt. 
 
Natuurlijk vanuit mijn bestuurlijke rol, en een beetje volwassenheid laat ik je weten; het is belangrijk. Bewustzijn wat er van ons en onze leerlingen digitaal wordt bewaard, waar het wordt bewaard, voor hoelang etc etc. Bewustwording.
 
Ik had gehoopt dat het daarbij was gebleven, maar met een privat officer, een functionaris gegevens beheer en de autoriteit gegevensbeheer is het dikke shit. Waarschuwingen en boetes liggen er in het verschiet. Een datalek dient binnen 72 uur te worden doorgegeven. Er komt een heel apparaat in werking bij het lekken van een adres, een persoonlijk dossier of het open op de tafel van de leerkracht liggende klassenmap. 
 
Enige tijd geleden was ik in Amerika waar een daar werkende Nederlander mij toevertrouwde: ‘Jeroen, dit land zit volledig op slot, er is niemand meer die in beweging durft te komen, geen risico durft te nemen bang voor het over de lijntjes gaan en voor een rechter te komen’. 
 
Deze week heb ik bij de afrondende fase mij met hand en tand verzet tegen het dichttimmeren van het handelen van de leerkracht. Mij werd verteld dat de gegevens van een leerling enkel en alleen aan de eigen leerkracht van het kind mocht worden toevertrouwd. Ik dacht toch echt dat de kinderen aan ‘een school’ werden toevertrouwd. Aan het team van leerkrachten die de zorg voor de kinderen op zich nemen op een professionele wijze.
 
‘Ja maar, wat nu als een leerkracht van groep 8 in het dossier van een leerling in groep 3 gaat zitten kijken?’. 
 
Weet je, ik wil het niet begrijpen. Er is geen leerkracht die hobbytechnisch gezien gaat zitten grasduinen in de dossiers van leerlingen zonder enig onderwijskundig doel. Het zijn in de basis professionals die willen weten hoe zij het beste hun gedrag kunnen afstemmen op de leerling. Ook op die leerling die niet in hun klas zit maar waar ze tijdens een pauze wel op het plein een goed gesprek meevoeren, begeleiden in hun spel.
 
De AVG naar de letter van de wet, is een regeling waar het wantrouwen in het handelen van de professional leidend is. Maar zo’n organisatie wil ik niet zijn. Ik wil niet in een samenleving leven waar we de mensen wantrouwend tegemoet treden. Alles dichttimmeren met regels, het werken onmogelijk maken in protocolen, afvinken en registers waar rollen worden toebedeeld. 
 
Ik wil in een samenleving leven, laat dat dan mijn eigen kleine samenleving van onze organisatie zijn, waar we de professionals als een professioneel team zien die gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen om het beste voor de kinderen te geven. Zij zijn zich bewust hoe zij met de gegevens omgaan, gebruiken dat wat zij nodig hebben in de begeleiding van de kinderen. 
 
Ik timmer de systemen niet dicht, maak het de leerkrachten niet moeilijker via protocollen en laat de ouders weten dat dit is waarop wij ons handelen baseren: vertrouwen! 
 
In een tendens van wantrouwen, angst voor sancties, ga ik voorop in het verhaal: u kunt ons vertrouwen dat wij volgens de geest van de wet handelen. De geest: zorgvuldigheid met gegevens omgaan. En dat is misschien iets minder dan de regels waar de geest allang uit is vertrokken. 
 
Vertrouwt u uw kind aan ons toe, dan doet u dit aan het team van professionals van de school. Dat is hoe wij werken. 

Plaatsvervangend boos

Ik ben plaatsvervangend boos

 

plaatsvervangend voor de directeuren,

die iedere ziekmelding als een potentieel gevaar ervaren,

waar haal ik een invaller vandaan,

hoe garandeer ik de kwaliteit van onderwijs?

 

Voor de directeuren, 

die hun personeel onder hun ogen,

zien weggekaapt worden door bureaus als Maandag,

die van de situatie gebruik maken om leerkrachten weg te kopen,

en onder betere voorwaarden elders plaatsen,

of de leerkrachten die naar het vo vertrekken,

voor een (vet!) beter salaris.

 

Ik ben plaatsvervangend boos,

over de Minister die vandaag stelt:

meer geld is er niet, 

en ik ga niet over de periode na mijn periode.

 

Ik wil een Minister die de urgentie ervaart,

de problemen voelt zoals ik ze als bestuurder,

namens mijn directeuren en leerkrachten voel.

 

Hier wordt dagelijks werk gemaakt van de toekomst van de kinderen,

gebouwd aan de maatschappij van kennis en kunde,

maar het water staat over de lippen,

al veel en veel te lang.

 

Met optimisme over het onderwijs,

probeer ik net als velen een goede werkgever te zijn,

aantrekkelijk te zijn voor alle leerkrachten,

die het mooiste vak van de wereld uitoefenen.

 

Maar echt, zonder Den Haag,

Zonder de ultieme steun van onze Minister van Onderwijs,

dreigen we ten onder te gaan. 

 

Voor zover dat al niet gaande is…

 

Minister Slob, 

kom, proef, voel, ervaar,

de noodkreet.

 

En alsjeblieft maak je hard,

voor het onderwijs.

 

Zo hard als de Minister President,

zich maakte voor het investeringsklimaat.

 

Omdat hij het tot in de diepste vezels voelde.

 

Zo, zo zou jij het ook voor het onderwijs moeten voelen.

 

Tot in de vezels 

voor het onderwijs!

 

Investeer, investeer!

 

Bestuurder in een koepel

De leerkracht

Ik startte bijna 25 jaar geleden als leerkracht.

Het stond buiten kijf dat ik daar voor kinderen en hun ouders het verschil maakte. Aan het einde van het jaar werd mij dat duidelijk gemaakt middels bedankjes, cadeautjes, lieve woorden. Na een goed gesprek kwam de ouder de volgende dag nog even terug. Bij een minder goed gesprek bleef mij dat ook nog lang bij. En ach, de liefde van de kinderen, die was dagelijks voelbaar. 

Als leerkracht doe je er toe. 

 

De directeur

Al snel, na een aantal jaar, pakte ik de uitdaging aan om directeur te worden. De school groeide, er werd gebikkeld en gebuffeld. We groeiden tegen de klippen op, we pioneerden en bouwden een nieuwe school. Aan relevantie van mijn werkzaamheden geen twijfel. Iemand moest die bouwvergaderingen bijzitten, het personeel aannemen, de school helpen bouwen. 

Als directeur, in een dynamische omgeving, doe je er toe. 

 

Hoewel, het echte werk gebeurt in de klas. Velen stellen dat de kracht van de school (mede) schuilt in de kracht en kwaliteit van de schoolleider. Echt duidelijk wordt dat eigenlijk wanneer het tegendeel aanwezig is. Een niet krachtige schoolleider leidt in veel gevallen een niet krachtige school. Daar exact zie je het verschil. Zeker wanneer er geen verbetering waarneembaar is. 

 

De bestuurder

Omdat de ambitie om te leren en te groeien, de drang naar verandering onverminderd aanwezig was en ik de mooiste (…) scholen al had mogen leiden startte ik als bestuurder. Aan velen heb ik mogen uitleggen waar ik mijn dagen mee vul, hoe die eindverantwoordelijkheid voor 200 medewerkers en de kwaliteit aan onderwijs voor 2100 basisschoolleerlingen een invulling in mijn werkzaamheden krijgt. Het werk van een leerkracht spreekt tot de verbeelding, dat van een directeur is soms al lastiger te vertellen (wat doe jij nu de hele dag?) en dat van een bestuurder… inderdaad. 

 

Terwijl ik mijn dagen (en avonden) toch zeer wel weet te vullen lees ik voortdurend over ‘de koepel’. Er lijkt een wantrouwen te zijn tegen de mensen in de koepel. Eerlijk gezegd beschouw ik mijn werkzaamheden als geheel niet in koepel. Vanwaar die associatie met ‘de koepel’. Het klinkt afstandelijk, ondoordringbaar, iets ondefinieerbaars. 

 

Het wantrouwen

Inmiddels zwelt het wantrouwen aan. Geld blijft ongebruikt op de plank liggen of, erger nog, wordt besteed aan een groter worden tussenlaag. Er zou geld genoeg zijn voor het onderwijs maar bestuurders besteden het aan de verkeerde dingen. 

Zo vult mijn agenda zich dus met naar mijn mening relevante zaken en lees ik ’s avonds het groeiend wantrouwen. Ook de politiek voedt dit wantrouwen met Kamervragen, onderzoeksrapporten en recentelijk een brief van de minister. Enkele politici vinden dat bestuurders wel een bijdrage kunnen leveren aan het lerarentekort: ;ga zelf maar voor de klas staan’ zo luidt de boodschap. 

 

En zo ben ik dus opgeschoven van de leerkracht die geliefd is en zichtbaar goed werk levert via een directeur die er toe doet (vooral als het mis gaat is dat duidelijk) naar een bestuurder die wel de eindverantwoordelijkheid draagt, daar op aanspreekbaar is, maar vooral het wantrouwen in zijn functie terug leest in de berichten in media en van de politiek. 

 

Gezien het feit dat ik hier nu zo’n 500 woorden aan heb besteed lijkt mij dat mijzelf genoeg te raken. 

 

De relevantie

De dagelijkse praktijk is dat ik mijn werkzaamheden alleen maar kan uitvoeren wanneer ik de relevantie voel om een bijdrage te kunnen leveren aan de kwaliteit van het onderwijs voor de kinderen van de basisschool. Misschien niet zo zichtbaar, maar zonder de kaders die we hiervoor opstellen, beleid maken van verplichtingen van de overheid, het hitteschild vormen voor directies, steun (en toeverlaat) zijn voor de directeuren, de luis in de pels van medebestuurders en politici, waken over de besteding van het geld, zou het leven op de scholen er heel anders uit zien. Die relevantie van mijn baan durf ik nu wel te stellen. 

 

Na het lezen van het wantrouwen recht ik mijn rug en haal mijn schouders op over de ‘koepels’.
Het helpt mij kritisch te zijn op mijn functioneren en dat van de organisatie.

 

Vol van vertrouwen en strijdbaar optimisme

Dat verenigt ‘ons’: die kritische houding en reflectie.
Heb een mooie onderwijsdag, vol van meningen.
Vol van vertrouwen en strijdbaar optimisme.

Dank je de koekoek

Op 24 augustus kwam de minister van Onderwijs Arie Slob (CU) met een brief aan de tweede kamer en een interview in de Volkskrant.
Daarin ontvouwde hij, mede namens de staatssecretaris van onderwijs (D66) de plannen om het lerarentekort aan te pakken. 

Al langer wordt er vanuit het veld geroepen om een 'deltaplan'. De minister ging met een aantal mensen rond de tafel en kwam dus met dit voorstel. 
Bonden, raden en vooral mensen van het veld vielen over hem heen. Als dit het is wat we mogen verwachten om het tekort op te mogen lossen? Dhr van Meenen (D66) verweerde zich via social media nog met: beleid dat 10 jaar tekort is geschoten is niet in een keer goed te  te maken. 
En bij dit alles denk ik (en velen met mij): dank je de koekoek!

Om maar met dat laatste te beginnen: blijkbaar is de politiek, of tenminste dhr van Meenen het er mee eens dat het (ook) de politiek valt te verwijten dat deze achterstanden zijn ontstaan. Specifiek noemt hij nog het onverklaarbare salarisverschil tussen het po en vo. Daarvoor is maar een 'instantie' verantwoordelijk: inderdaad - politiek Den Haag. 
Als we dat met elkaar eens zijn, dan lijkt het mij alleszins redelijk om tenminste met een serieuze oplossing te komen om aan het tekort te  gaan werken. Nu wordt er geschermd met de loonsverhoging die nu is toegezegd. Inderdaad, dank je de koekoek, na jarenlange nullijn is dit geen oplossing voor het probleem, dit is rechtbreien wat in het verleden is ontstaan. Gedeeltelijk rechtbreien dan. 

En dan naar de oplossingen in de brief van dhr Slob en de uitspraken in het interview. Ik vind het eerlijke gezegd een ware schoffering van het onderwijsveld. Van de vorige staatssecretaris was ik inmiddels wel zoiets gewend. Keer op keer deed hij uitspraken die er niet toe deden. Van de heer Slob had en heb ik hoge verwachtingen. Een redelijk man. 

Echter: hoe kan je pleiten voor een oplossing als: zestig leerlingen in een klas, want dan hoef je het verhaal maar een keer te vertellen?
Leraren in opleiding bevoegd voor de klas zetten en volledig salaris laten genieten. Wie iets langer nadenkt over de gevolgen van deze oplossing - begeleiding op de vloer, verhoging van de werkdruk van teamleden en directie (voor begeleiding en noodzakelijke compensatie in taken), grote kansen op vervroegd uittreden. (en de gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs, daar valt als gevolg hiervan voor te vrezen). 

Minister Slob speelt de bal terug: betrokkenen moeten de handschoen oppakken en het probleem oplossen. Gemeente, bedrijfsleven, bestuurders, directies: wees creatief en los het maar op. 

Vandaag las ik een brief van een VMBO school die de ouders van de vierde klas informeerde over de uitval van de Duitse lessen: de vacature was helaas nog niet vervuld. Terecht vraagt de ouder zich af hoe het zit met de voorbereiding op het examen. De school heeft de oplossing niet. 

Al enige tijd roep ik het van de daken, brulden we via www.lerarentekortisnu.nl over de gevolgen van het lerarentekort, en zijn er stakingen door het hele land. 

Voorlopig staan we met lege handen. Voorzover ze wel zijn gevuld is dit volledig te danken aan POinactie. Dat zijn geen credits naar Den Haag. 

Wat nu, zo heb ik mij deze dagen afgevraagd?

Natuurlijk pakken we de handschoen op, alsof we dat al niet deden. Het is een gotspe te veronderstellen dat het veld niet allang bezig is om de dingen nog efficienter, out of the box denkend, aan te pakken. En dat blijven we doen. Ik tenminste wel. 


Maar beste politici, regerende partijen, het is niet genoeg! 
De VVD heeft al decenia lang regeringsverantwoordelijkheid genomen. Als dhr van Meenen als coalitiepartner van mening is dat de oorzaken in het verleden zijn ontstaan, dan dienen deze ook door de verantwoordelijken te worden opgelost. In mijn eigen werk zou het te gek zijn om te stellen: sorry dat was mijn voorganger, voorlopig laten we dit zo voortduren. (idd dank je de koekoek)

Ik wil de raden, bonden, verenigd in het POfront, oproepen om tot meer actie te komen dan een boze of verontwaardigde brief zoals die reeds zijn verschenen.

Erken dat het water aan de lippen staat. Wacht niet tot www.lerarentekortisnu.nl weer is gevuld tot schrijnende voorbeelden, maar maak een luid en duidelijk statement. 

Geef het onderwijs waar het al heel lang om vraagt: volledige erkenning en steun voor dit probleem. 

Desnoods doen we de deur collectief dicht. Voordat we de deur noodzakelijkerwijs dicht moeten doen. 

En nee, onbevoegde leerkrachten, uitzendkrachten of onderwijsassistenten zetten we niet voor de klas. 

 

 

 

 

 

Werkdruk?

‘ Wanneer werkdruk in het onderwijs een issue is, op welke wijze nemen teams dan het heft in handen om dingen anders of niet meer te organiseren? Bijvoorbeeld de ‘evenementisering’ tegen te gaan en terug naar de basis van gewoon *goed* onderwijs.’ 

 

Zo schreef ik als reactie op de diverse artikelen in een aantal kranten over de werkdruk in het onderwijs. 

Het bleef, zoals vaker op Twitter, niet onopgemerkt. Het leverde mooie ondersteunende reacties op. Deze reacties steunden mij in mijn gedachten. 

 

Ik schreef het ook naar aanleiding van de nieuwe CAO-tekst die vandaag werd gepubliceerd. Een nieuwe CAO die tot 1 maart 2019 geldig is. Dat is wat mij betreft maar goed ook, het mag nog wel een paar tandjes minder in de regelgeving. 400 pagina’s om de arbeidsomstandigheden te regelen is wat veel van het verkeerde wat mij betreft. 

Zeker wanneer je beschouwt dat het in de basis van een aantal van die regelingen al misgaat. Een uurberekening gebaseerd op 1659 uur waarvan lesuren en een opslagfactor van 45% deel uit maakt, is niet uitlegbaar. Men probeert zaken meetbaar te maken die niet meetbaar zijn. Ik zou zeggen doe dat dan ook niet. 

Idem de duurzame inzetbaarheid van 1 uur per week waar men recht op heeft en in principe vooraf zou moeten verantwoorden. Het is een papieren werkelijkheid die het plezier ontneemt ook deze CAO te serieus te nemen. 

Vierhonderdpagina’s vol wantrouwen dat of de leiding geen goede leiding geeft of de werknemer er de kantjes van af zou kunnen lopen. Mijn ervaring leert, wanneer men met de CAO tekst moet zwaaien om beiden tot goed werken te kunnen krijgen, dan is de strijd al langverloren. 

 

Na het lezen van de CAO opperde ik om een alternatieve CAO van een paar A-viertjes te gaan schrijven. Op dat idee kauw ik nog even voort. 

 

Om ‘het onderwijs’ in een positieve flow terug te krijgen moeten we niet afhankelijk zijn van wet- en regelgeving, wel of niet in een CAO beschreven. 

 

In reactie op mijn opmerking over werkdruk beschreven mensen het alsvolgt:

  • Ik ga overigens niet meer naar studiedagen waar voor mij niets te leren is of bijeenkomsten of vergaderingen zonder agenda of vooraf vastgesteld doel.
  • Wijze woorden in je tweets. Mijn school liep bv. niet mee bij de Avondvierdaagse en de reden konden ouders lezen in de schoolgids  "Wij doen bepaalde activiteiten niet, omdat we ons willen richten op het geven van goed onderwijs”.
  • Volledig eens. Bij ons worden er juist minder zaken georganiseerd welke voorheen normaal waren. Maandsluitingen, paasontbijt, etc. Allemaal zaken die door ouders georganiseerd kunnen worden. Tussentijds hebben wel de Rekendag, Koningsspelen hun intrede gedaan.

 

Het brengt mj op het volgende:

 

Bepaal met elkaar wat je visie is op onderwijs, bij jullie op school. Vanuit de visie volgen de strategie en de activiteiten. Alleen wanneer de activiteiten ondersteunend zijn aan het nakomen van de visie dan worden die activiteiten uitgevoerd. 

Activiteiten die vroeger nog op de kalender stonden vallen daarbij mogelijk af. Ze stonden er vanwege een verkeerde reden op. 

En oja, neem de ouders mee in het vaststellen van die visie en die activiteiten. Al snel zullen ook zij overtuigd zijn dat voor goed onderwijs keuzes gemaakt zullen moeten worden. Daar heeft geen ouder een probleem mee, of ze komen er achter dat ze toch voor de verkeerde school hebben gekozen. 

 

Beste teams, stel je visie vast, maak keuzes en zie: de werkdruk neemt zienderogen af. 

Je doet wat je belangrijk vindt, dan gaat het al snel niet meer over het aantal uur dat daarvoor moeten worden gemaakt.

Tekort


Er zijn dus zo'n 205 leraren tekort na de zomervakantie. (zie www.lerarentekortisnu.nl)
4700 leerlingen van de basisscholen weten nu nog niet wie hun leerkracht zal zijn. 
Directeuren doen deze weken nog hun best de formatie rond te gaan krijgen. 

Dit is dan nog niet de werkelijkheid. Dit zijn slechts de cijfers van de mensen die de moeite nemen om hun gegevens op deze site achter te laten. Andere onderzoeken schrijven over:
- Amsterdam: 300 leraren tekort
- Landelijk: 1300 leraren  (2022 - 4100 FTE en in 2027 - 11.000 FTE)

De cijfers duizelen mij en ik ken de situatie nog van deze winter waarin er dagelijks tientallen klassen naar huis werden gestuurd vanwege dat tekort. 

In de zijlijn van al deze rapporten wordt nog het dreigende tekort van directeuren en onderwijsassistenten genoemd.  Het tekort aan directies ondervind ik inmiddels aan den lijve. Een vacature staat niet zelden voor langere tijd open. Met alle gevolgen van dien. 

Het probleem is inmiddels al zo groot geworden dat de oplossingen niet op korte termijn voor de hand zullen liggen. Dat verwijt is de politiek te maken en misschien ook wel de werkgevers. Jarenlang hebben we de vergrijzing zien opkomen en het aantal studenten aan de Pabo zien afnemen. 

Waarom, zo vraag ik mij af, zijn die problemen niet onderkend. Niet door de politiek, niet door de opleidingsinstituten en niet door de werkgevers? 

Ieder zo in zijn eigen rol?

- Het salaris loopt al jaar na jaar achter. Het verschil in salariering van de VO en de PO leerkracht is niet te verklaren. En ook nu, na vele stakingen en een nieuwe CAO, is dit verschil niet overbrugd.
- Het aantal studenten aan de Pabo neemt af. Het aantal uitvallers is schrikbarend, slechts 42% studeert in vier jaar tijd af. (zie hier een volledig uitgebreid rapport)
- Een kwart van de starters in het onderwijs stopt binnen vijf jaar. (klik hier voor bron)

Hoe dan het tekort op te lossen? De antwoorden, met de wetenschap van het bovenstaande, zijn zo ontzettend eenvoudig:

Politiek:
- Maak geld vrij voor de verbetering van de salarissen van een ieder die in het basisonderwijs werkt. Gelijke tred met de collega's van het voortgezet onderwijs. Los het probleem van de (adjunct) directeuren en onderwijsassistenten op. Met de nieuwe schalen van L10 en L11 is dit uit het lood. Erken de scheefgroei in salarissen en erken de belangrijkheid van het vak. 

Pabo's:
- Alstublieft, reflecteer, onderzoek, en verander. Waarom trekken jullie zo weinig studenten? Waarom verdwijnen er zoveel? En waarom trekken jullie zo weinig heren? Enkele suggesties: onderwijs kennis, echte kennis, zodat deze als basis dient voor iedere leerkracht in het basisonderwijs. Sluit aan bij de wijze waarop jongemannen willen leren. Leg verbinding met de scholen, daal af naar het werkveld. Niet naar de bestuurders maar in gesprek met de leerkrachten die jullie studenten begeleiden. Zij zitten (soms) met tal van verhalen hoe het anders zou moeten en kunnen. Daar zijn jullie van afhankelijk. 
 

Werkgevers:
Neem het heft in handen, of liever gezegd: laat het aan de directeuren en hun teams. Veel van de werkdruk, zoals deze wordt ervaren, is ontstaan door het werk van de bestuurders. Metingen, rapportages, uniformiteit. Daarmee is wat er van de leerkracht wordt gevraagd niet altijd hetgeen de leerkracht als zinvol ervaart. Besturen van Samenwerkingsverbanden; er is een kloof tussen wens en werkelijkheid. Veel van de leerkrachten ervaren het effect van de veranderingen zonder de intentie van de bestuurstafel te begrijpen. Dicht die kloof, ga in gesprek en bekijk wat er werkelijk nodig is in de klas. 

Dit alles, en wellicht nog wel veel meer, had veel en veel eerder moeten gebeuren natuurlijk. Het kalf is al verdronken, de put is niet meer te dempen, tenminste niet op korte termijn. 

Maar niet getreurd er ligt nog een hele toekomst voor ons, die begint natuurlijk vandaag. 

Politiek, pabo's en werkgevers, kom in beweging. Dan behouden we onze leerkrachten en laten we zien welk prachtvak niet verloren kan gaan. 

 


 

Betekenisvol zijn

‘In de wonderlijke achtbaan van mijn leven heb ik mij met regelmaat afgevraagd of mijn doen er nog toe deed in de omgeving waarin ik verkeerde. Wanneer ik deze vraag ontkennend moest beantwoorden stapte ik op, hoe prachtig de plek ook was.’ Jeroen Goes is inmiddels onderwijsbestuurder, na een loopbaan van onder andere schilder, marketingmedewerker en schoolleider. We vroegen hem te schrijven over zijn ervaringen in zijn nieuwe functie. Hij zag een rode draad in carrière en een missie, die hij hier toelicht. 

‘Wat wil je later worden? Wat ga je over een jaar studeren?’ Het zijn de vragen die mijn zeventienjarige zoon met regelmaat voorgeschoteld krijgt.

Hij heeft nog geen idee. Wer-ke-lijk géén idee. Mijn zoon is in veel aspecten een kopie van mijn jongere ik. En nu, zo’n dertig jaar later nadat dezelfde soort vragen aan mij werd gesteld, denk ik niet dat ik destijds ‘bestuurder’ als antwoord had kunnen geven. Wist ik veel.

Klassenvertegenwoordiger

Al zat het wel al jong in mij om een voortrekkersrol te nemen. Mijn klasgenoten op de lagere school benoemden mij tot klassenvertegenwoordiger. Mijn ‘meester’ vond dat geen goed idee en negeerde de verkiezingsuitslag en koos zijn lievelingsleerling als vergenwoordiger van de klas.
Zij was op deze Katholieke school inderdaad Roomser dan ik wilde zijn.

Het zat er dus wel een beetje in. Ook in alle andere ambachten die ik uitvoerde voordat ik op mijn 28e in het onderwijs terecht kwam. Ambachten die ik door een samenloop van omstandigheden heb uitgevoerd en waarbij ik in veel gevallen in een leidinggevende positie terecht kwam. Meestal ongevraagd, het liep gewoon zo. Van plafondmaker in Amsterdam, schilder in de Randstad en van horecaman tot marketingmedewerker in Den Haag. En oja.. psychiatrisch verpleegkundige in de dop, wat een tijd!

Leren van de omgeving

Steeds weer werd ik op een plek neergezet met een zekere eindverantwoordelijkheid. Ongeschoold in de ambacht die ik uitvoerde. Mijn scholing heeft mij nooit daar gebracht waar ik uiteindelijk terecht ben gekomen. Of liever gezegd: mijn gebrek aan scholing heeft mij nooit belemmerd om op die plekken te komen waar ik zoveel heb kunnen leren. Kunnen leren van de wereld om mij heen en kunnen leren van mezelf.

Het ongezien zijn als leerling op de scholen die ik bezocht, leidde uiteindelijk tot een van de meest leerzame periodes van mijn leven; werken in de bouw, de horeca, de verpleging en de marketing. Het meest leerde ik in die tijd van de mensen om mij heen.

In het onderwijs liep het al niet heel anders. Leerkracht, intern begeleider, schoolleider. In vier jaar tijd doorliep ik deze rit, niet gepland, gewoon omdat het zo ging. En nu, zo’n twintig jaar later zit ik op de plek die ik nimmer ambieerde; de bestuurder.

Ten dienste van de omgeving

Er is niet veel veranderd, ook het schilder zijn, marketingmedewerker en plafondmaker lag niet in geheel in de lijn van mijn persoonlijke ambities. Niet het vak is het dat ik ambieer, wel het excelleren en het juiste te doen voor de omgeving waarin ik verkeer. Dat is mijn ambiitie.

Ook in dit vak is het niet het ‘vak’ an sich dat ik op het voetstuk wil plaatsen of als hoge ambitie wil beschrijven. De schilder staat ten dienste van zijn klant, de ober maakt het zijn gasten plezierig en de psychiatrisch verpleegkundige roeit met de riemen die hij heeft om zo goed mogelijke zorg te bieden aan de mensen die hij tegenkomt in een moeilijke fase in hun leven. Er is niet veel veranderd in de tijd. Als bestuurder ambieer ik het om het niet heel anders te doen; betekenisvol zijn ten dienste van de omgeving. 

En ik denk dat dat kan.

Er is namelijk in het Nederlandse onderwijs nogal wat bedacht rondom de kerntaak heen. Te vaak wordt naar mijn beleving vergeten waar het vak om draait: gewoon goed onderwijs aan alle kinderen die aan ons worden toevertrouwd. Hele werelden zijn rondom dat onderwijs heen gebouwd, hele lagen en structuren zijn op het onderwijs gestapeld. En kijk mij nu zitten daar ergens bovenop die stapel.

Geen tussenlagen

Bij voorkeur breek ik de stapel rondom dat onderwijs af en geef ik het roer terug aan de mensen in de school zelf: de leerkracht en hun direct leidinggevende. Geen belemmerende extra regelgeving vanuit het bestuurskantoor, geen onnodige bemoeienis. Wel het vertrouwen, de ondersteuning en de stok achter de deur.

Een stok achter de deur om de hoogste ambities voor het onderwijs aan te spreken, om iedere leerkracht en directeur tot hoge prestaties uit te dagen. Voor hun school, hun leerlingen en de ouders van deze leerlingen.

In mijn zoektocht in de afgelopen maanden naar een passende ondersteunende dienst vanuit bestuur en staf heb ik mij het volgende afgevraagd: in hoeverre excelleren de school als gevolg van een breed opgetuigd bestuurskantoor? En is dat dankzij of ondanks dat bestuur?

Mijn onderzoek hiernaar ging wellicht niet diepgravend genoeg. Met twintig jaar brede onderwijservaring denk ik echter genoeg kennis te hebben om te kunnen vaststellen dat de omvang van ondersteuning in bestuur en staf niet direct bepalend is voor het succes van de scholen.

Mijn ervaring als directeur/bestuurder van een eenpitter (zonder de laag erboven) heeft mij prachtige voorbeelden getoond van fantastische scholen zonder bemoeienis van een extra laag. Ik heb daarentegen organisaties zien uitdijen en leerkrachten en directies gebukt gaan hieronder.

In de wonderlijke achtbaan van mijn leven heb ik mij met regelmaat afgevraagd of mijn doen er nog toe deed in de omgeving waarin ik verkeerde. Wanneer ik deze vraag ontkennend moest beantwoorden stapte ik op, hoe prachtig de plek ook was. Het is immers niet het vak dat ik ambieer maar de betekenis die ik aan de omgeving kan geven.

Betekenisvolle stoel

Er is voor mij niet veel veranderd in de afgelopen dertig jaar. Van het serveren van een maaltijd naar het mij dienstbaar stellen voor het prachtige onderwijsvak.

Op een betekenisvolle stoel met eindverantwoordelijkheid en verregaande beslissingsbevoegdheid. Beslissingen die ik in veel gevallen bij voorkeur samen met mijn directeuren neem. Als het nodig is tegen de stroom in, door roeien en ruiten. Met spreektijd voor de spreekwoordelijke klasvertegenwoordiger die niet zo rooms is als gewenst maar achter de boodschap exact weet te verwoorden wat er nodig is.

De ambities zijn torenhoog. Van hard en gepassioneerd werken gaat niemand ten onder, en alleen dan bereiken we dat wat we met ons onderwijs dienen te doen: het beste van onszelf geven voor alle kinderen.

Ondanks het onderwijs dat ik heb genoten ben ik gekomen waar ik nu wil zijn. Het geluk dat mij is welgevallen dat ik op de juiste momenten de juiste mensen ben tegengekomen is niet iedereen gegeven. Laten we hen dus een betere voorbereiding geven dan ikzelf heb gehad: het onderwijs waarin je optimaal wordt gezien. De leerling, de leerkracht, de ouder, de directeur.

Dat is de uitdaging van mijn bestuurdersvak. Zo lang ik daarin betekenisvol kan zijn, zit ik goed.

Jij-bak

Sinds de nieuwste presentatie en de publicatie van het rapport 'De staat van het onderwijs' in de tweede week van april van dit jaar is het ge-jij-bak niet van de lucht. 
De Minister van Onderwijs roept op tot wat meer ambitie bij de leerkracht. De PO-raad roept terug dat daar wat extra investering tegenover moet staan. De VO-raad wast zijn handen in onschuld: zo erg is het allemaal nog niet. 
Er verschijnen artikelen en columns waarin de oorzaken voor de oplopende achterstand van het onderwijs nog eens worden benoemd; het zijn de besturen die zich sinds de lumpsumperiode in het geld hebben gewenteld. Nee, zegt de ander, het is de vernieuwingsdrift of de gevolgen van  'passend onderwijs'. 
Arie Slob schijnt te hebben gezegd: als je met één vinger naar een ander wijst, wijzen er drie naar jezelf. Om vervolgens de vinger toch naar de leerkracht zonder ambitie te wijzen.

Tja, zo komen we er niet mensen.

Ik zweer je dat een beetje goede leerkracht dagelijks tegen dit gedrag weet op te treden bij een ruzie tussen twee van haar leerlingen. 'Jongens, eerst eens naar elkaar luisteren.' Om vervolgens te vragen: 'Wat zou jij de volgende keer anders kunnen doen? Nee niet de ander, jij zelf!'

Ondertussen speelt het gekrakeel over het rapport zich boven de hoofden van de leerkrachten af.

Het meest ergelijke, naast het ge-jij-bak, in de ontstane discussie vind ik het generaliseren van groepen. Steeds wanneer ik de desbetreffende schrijver daarop attendeer dan krijg ik in een persoonlijk bericht de nuance terug. 'Nee ik bedoel niet alle besturen', 'ja heus, ik weet ook wel dat de politiek ook wél kan deugen'. 

Over de broodnodige nuance gesproken:

Zo'n veertig jaar geleden, in de jaren zeventig, heb ik mijn eigen basisschooltijd mogen doormaken. Ik kan wel zeggen op een zeer traditionele dorpsschool waar de prestatie in de basisvakken voorop stond. IJzersterk en zeer vernieuwend was de school in het begrijpend lezen. Door ons projecten te laten maken leerde ik bijvoorbeeld voor het eerst hoofd- en bijzaken te onderscheiden. 

Maar er was meer, en vooral: er was meer niet. 

Ik heb in die tijd, en later ook in het VO, de pedagogische afstemming volledig gemist. Met het oog gericht op prestaties verloor men mij volledig uit het oog. Hoe ik ook stampvoette en mijzelf misdroeg, er was geen professional op deze traditionele school die in staat is geweest om met mij de relatie aan te gaan. Tenminste niet na de juffen in de 1 en 2e klas. Op de basisschool redde ik het er nog mee. De 550 Cito score was desondanks in de pocket. Gezien mijn gedrag schatte mijn toenmalige hoofdmeester mijn kansen op het VO lager in. Ik kan hem nog dankbaar zijn voor deze bouwstenen voor mijn selffulfilling prophecy in die vervolgtijd. 
Ook daar, een school die toch ook nog weinig kaas had gegeten van een goede pedagogische afstemming met hun leerlingen, ging het mis. Ik klom uit de ramen bij de docenten die mij niet aanstonden en vrat verder weinig uit. 

Het bleef in het onderwijs misgaan tot ik halverwege mijn twintiger jaren en daarna op de juiste momenten de juiste mensen ben tegengekomen. Dat is mijn groot geluk geweest om uiteindelijk te kunnen worden wie ik ben en de banen te kunnen krijgen die ik ambieerde. Ondanks het onderwijs dat ik heb genoten. 

Maar ik ken ook de voorbeelden van anderen. De leerlingen die op huidige vernieuwingsscholen hebben gezeten. Leerlingen die in groep 6 als zijinstromer naar de wat meer traditionelere vorm van onderwijs gaan en jaren van lees- en rekenachterstand hebben opgelopen. Moeilijk meer in te halen. De pedagogische afstemming was er dan wellicht goed (hoewel ik daar met deze leerachterstand ook vragen bij kan stellen) maar didactisch een ramp. Evengroot als de pedagogische ramp die mij zelf is overkomen. 

En zo, met nogal anekdotisch bewijs in voorgaande verhalen, ben ik er van overtuigd dat de waarheid in het midden ligt. Ik volg de verhalen van Beter Onderwijs Nederland en ik volg de bijeenkomsten van het NIVOZ. Ze lijken te strijden voor twee totaal verschillende opvattingen over het onderwijs, ik hoor het met veel belangstelling. Immers ze hebben beide gelijk.

Inmiddels, ondanks en dankzij mijn eigen onderwijservaring, mag ik bestuurder zijn van een stichting met 21 scholen. Je zou ze kunnen schalen onder 'vernieuwende' én 'traditionele' scholen. In mijn rol als bestuurder zal ik ze bevragen op beide kanten van onze opdracht die niet los van elkaar gezien mag worden; de leerling écht te zien en de relatie aan te gaan en niet, liever nooit, te verbreken. En, in het zien van de leerling, tot maximale leerprestaties te komen. 

Tot slot: misschien ben ik uiteindelijk wel tevreden met de weg die ik in mijn eigen onderwijsloopbaan heb mogen doorlopen. Geen rechte weg. Ik gleed af naar het leerlingwezen, kwam met soortgenoten op een school in de schilderswijk in Den Haag te zitten. Ziek van het onderwijs vulde ik mijn dagen in de horeca, de bouwwereld en dronk ik koffie met mijn collega's terwijl we balkonhekken schuurden en wanden schilderden. Het duurde nog lang voordat ik mij thuis kon voelen tussen de meer academisch geschoolden, die wereld was mij ondanks de 550 Citoscore, door gebrek aan pedagogische afstemming door mijn leerkrachten en docenten ontnomen. 

Ik gun al onze leerlingen het allerbeste van twee werelden. 
Laat ons reflecteren op ons eigen handelen en vooral leren van elkaar. 
Zoals we het onze kinderen ook leren. 

Ik ben van het onderwijs gaan houden, misschien wel door alles wat ik heb gezien. 



 




 

Het is mooi (geweest)

Wat we er zelf aan zouden kunnen doen,
aan dat lerarentekort. 

We schoten onszelf ook wel een beetje in ons eigen voet, 
met het gesprek over de werkdruk, de lage lonen,
grote klassen, passend onderwijs.

Dat klopt, maar wel met een doel, 
het besef dat de beroepsgroep het verdient om meer te verdienen. 

En, de vraagsteller heeft gelijk, 
of we er zelf nog iets aan zouden kunnen doen, 
aan dat lerarentekort. 

Ik dacht, het is ook wel mooi geweest, 
dat eeuwige gemopper in kranten en op tv, 
het lijkt al jaren niet goed te zijn. 

Werken scholen hard aan de kwaliteit, omwille van een predicaat, 
deugt het predicaat niet en gaat de voorzitter van de VO-raad er met gestrekt been in,
hatskidee hardwekkende teams in een klap geschoffeerd. 

Werken we een aantal jaar naar gedegen advisering voor het Voortgezet Onderwijs, 
dan komt 'Een Vandaag' met een tendentieus onderzoekje om de kwaliteit daarvan in de grond te boren, (klik hier voor het achtergrondartikelnd)
andere media kopiëren de boodschap, we staan er weer mooi op met z'n allen. 

Hebben  we een gezamenlijk lerarentekort,
dan stelen we elkaar de leerkrachten weg met bonussen en huisaanbiedingen, 
alsof we niet een gezamenlijke opdracht hebben maar voor ons eigen belang gaan. 

Ik vind het oprecht wel mooi geweest zo, 
we laten ons te lang het kaas van ons brood eten, 
te veel organisaties bemoeien zich en vinden wat, 
de media, wetende van het grote onderwijspubliek immers wie heeft er geen connectie mee, 
gaat er graag op in. 

En ondertussen loop ik van school naar school
zie prachtige voorbeelden van snoeihard werkende leerkrachten vol passie en plezier
ik spreek leerlingen die blij en tevreden zijn, zelfbewust,
zoveel meer dan ik ooit heb mogen meekrijgen in mijn tijd, 
onze jeugd is een van de gelukkigste ter wereld, 
de prestaties liggen op een hoog niveau (en ja we streven voortdurend naar beter).

Ik voel me als een Balkenende in de woestijn (laten we trots zijn op dit land), 
maar ik meen het potverdorie oprecht, 
borst naar voren, hoofd omhoog, 
ons onderwijs is prachtig,
het vak is geweldig, 
iedere dag je te laten verrassen door een kind, 
een bijdrage te mogen leveren aan het geluk en de toekomst van kinderen,
een waardevolle bijdrage te kunnen leveren aan onze maatschappij. 

Laat ons voorlopig eens met rust, 
inspectie beoordeelt ons,
teams werken dagelijks hard en bevlogen, 
blijf eens even een jaartje weg met de oordelen, 
en geef de scholen en hun leerkrachten de rust die zij verdienen, 
'met je honderdste onderzoekje en bevindngen'. 

Het onderwijs
is
prachtig
de kinderen hebben je nodig
en wij hebben je nodig. 




de leerKRACHT

Ik wil een ode
niet voor de hardwerkende directeur
die met passie bij nacht en ontij 
het beste geeft voor de school. 

Ik wil een ode
niet voor de bestuurder 
die met zijn kennis het hitteschild wil zijn
maar beter betaald dan ieder in het onderwijs
zijn dagen besteedt.

Ik wil een ode
niet voor de ouder 
die vol liefde en betrokkenheid
het kind laat groeien voor de toekomst

Nee, ik wil een ode
voor de leerkracht die ik in al die prachtige scholen
met passie, ziel en zaligheid
in ochtend, middag en avond,
vol liefde voor al die kinderen
in het vak zie staan.

Een ode voor de leerkracht
die, in sommige gevallen, tegen de wind in roeit,
die, zo weet een ieder die zich zijn leerkracht weet te herinneren, 
het wezenlijke verschil maakt voor onze kinderen, 
die ondanks strijd en stakingen
nog steeds geen salarisherstel heeft ontvangen. 

Een ode voor de leerkracht
wiens bestuur heeft besloten 
het salaris te onthouden
bestuurlijke steun zonder geld,
voor de leerkracht die ondanks alles
toch gaat staken, voor het vak, het aanzien.

Ik wil een ode, 
voor zoveel mooie mensen
die voor zoveel andere mooie jonge mensen
het werk neerleggen
heus niet voor hen zelf
wel voor het vak. 

Een ode,
voor de leerkracht. 





Het verleden koesteren

Vandaag stapte ik over de drempel van de school die ik mocht bouwen
samen met heel veel mooie mensen bouwden we aan het onderwijs
en zetten we een prachtig gebouw neer. 

Bij het binnenlopen kwamen daar de herinneringen,
ik was er al een lange tijd niet geweest, 
de avond waarop we rigoreus het bouwplan wijzigde
ik oreerde, het team vertrouwde en er kwam een ander plan, 
ik was net geland uit Zweden, vol inspiratie. 

We bouwden, zwoegden en waren trots
's nachts pakten we de computers uit en bleven we waken
bang dat ze zouden worden gestolen
een andere nacht na de opening stonden we de vloeren te dweilen 
een gesprongen leiding verwoestte alle nieuwe muren. 

En toch en daardoor hadden we lol 
we werkten zwoegden en vierden (tot diep in de nacht)
verdriette om veel verloren mensen 
ook dat vormde het team van toen. 

En vandaag stond ik daar weer, over de drempel
en alles kwam terug
de mensen, bijna 10 jaar ouder en niets veranderd
we zouden zo weer verder kunnen gaan. 

Ik was weer terug op de plek 
waar zoveel geschiedenis ligt
waaraan ik zoveel heb te danken 
en waar mijn vriendschap met Kristel is ontstaan.

Mijn naam hangt op het plein, het Jeroen Goes plein
Kristel is er ook, in de Kristel's corner
sinds haar overlijden, nu een half jaar geleden, met een foto.

Deze school is trots op het heden
en behoudt het verleden
dat zegt veel over de school en de mensen
dat gun je ieder kind. 





Volg het onderwijsgeld #1

Ik werd getriggerd door het bericht van het vertrek van de directeur van de onderwijscooperatie. 
Directeur onderwijscooperatie dacht ik, welk gemis zal dit gaan opleveren voor de leerkracht voor de klas?
Sinds 1 januari van dit schooljaar ben ik voorzitter van het college van bestuur van een basisschoolstichting. 
Voorzitter van bestuur, welk gemis zal dit gaan opleveren voor de leerkracht in de klas?

Deze laatste vraag stel ik mij eerlijk gezegd sinds mijn aanstelling bijna dagelijks. Wat doe ik er toe? Wat heeft het kind, de leerkracht er aan dat ik naar mijn werk ga? Met al mijn goede bedoelingen natuurlijk. 
Op zijn minst, geheel uit eigen ervaring, tracht ik de leerkracht en de directeur niet tot last te zijn. Niet het werk in de weg te staan, geen extra tussenlaag te gaan vormen. Dat valt natuurlijk nog niet mee, ook ik maak me graag betekenisvol en hoe fraai is het dan wel niet om een formatje, een beleid over de scholen uit te strooien. Met de goede bedoelingen natuurlijk. 
Ik heb als leerkracht en directeur vele uitwassen gezien van 'de bestuurslaag' in het onderwijs. Ik heb het geklaag gehoord, het gewijs naar Den Haag terwijl de vingers naar het bestuur hadden moeten wijzen. Daar komt namelijk in veel gevallen nog eens extra bepalend en beperkend beleid voor de scholen vandaan. 
Welk gemis zal het gaan opleveren als ik mijn werk niet doe, of positiever gesteld: wat kan ik toevoegen aan het werkplezier en de onderwijskwaliteit van onze medewerkers?
Kort gesteld betekent het voor mij om het spreekwoordelijke hitteschild te kunnen zijn. Hitteschild om alles dat op het onderwijs afkomt op afstand te houden, af te wegen en slechts datgene dat er toe doet door te laten stralen naar de scholen, de directies en de leerkrachten. 
We maken beleid om met de beschikbare middelen het vak zo goed als mogelijk uit te kunnen laten voeren. Of liever gezegd: zo min mogelijk beleid. We laten het beleid aan de leerkrachten en hun directies over. Daar zit veel wijsheid. (autonomie en competentie).
Daar ligt onder andere mijn toegevoegde waarde. Niet te veel tot last zijn en waar mogelijk de goede dingen kunnen toevoegen voor het dagelijks werk. 

Terug naar de onderwijscooperatie. 
Ik lees een aantal zaken die er in de afgelopen jaren zijn ontstaan. 

* De onderwijscooperatie, van voor en door de leraar.  250 direct aangesloten en een veel grotere schil daaromheen aldus de site.
Gezien het feit dat de overheid deze cooperatie inmiddels als representant van het onderwijs ziet zou ik oprecht willen weten welk draagvlak deze cooperatie heeft in het veld. 
* Lerarenregister. Via het registeren laten zij zien dat zij over de juiste papieren beschikken.
Ik ben van mening dat dit een taak van de schoolleiding (en het bestuur) is. Deze kostenverslindende operatie kan ons bespaard blijven. Het draagvlak ontbreekt. (zie hier mijn inmiddels veel gelezen en gedragen artikel)
* Het leraarontwikkelfonds. Een subsidie die gericht is op samenwerking en ontwikkeling. 
Ik ben geen voorstander van subsidies. Ik ken de bijeenkomsten te goed, het naar de subsidie toepraten. Hier is veel geld mee gemoeid. Voeg dit subsidiegeld toe aan de lumpsumbedragen van de scholen en stel iedere school in staat om zich extra te ontwikkelen. Lees de voorwaarden, het circus. Ik ken het van andere subsidies, ik draaide het circus mee maar wat restte in duurzaamheid? En voeg dus ook graag al die andere subsidies toe aan de lumpsum en laat scholen zich onderscheiden met hun eigen keuzes, haal de administratieve last weg en kijk elkaar eerlijk in de ogen: meen je nu echt wat je daar schreef in je verantwoording?
* Leraar van het jaar. Voorgedragen door leerlingen, ouders, collega's. 
Ik erken het feit dat er goede en minder goede leerkrachten zijn. De leraren van het jaar zijn als ambassadeurs voor het vak. Ze genereren aandacht in media en in het debat. Het is eeuwig zonde dat juist velen van hen (enkele uitzonderingen daargelaten) hun vak binnen enkele jaren hebben verlaten. Geroken aan politiek en het ambassadeursschap trekt hen het vak uit. In mijn beleving kunnen we het ambassadeurschap met elkaar uitstralen. Zijn we niet allen de leerkracht van het jaar? 
* Congressen, seminars, professionele leergemeenschappen. 
Natuurlijk het zal er toe doen, er wordt inspiratie opgedaan, uitgewisseld. Maar wat is nu de werkelijke opbrengst van dit alles?
Wordt het dagelijks onderwijs er beter van?

Ik sta niet alleen en ben niet de eerste met een nogal kritische noot naar de cooperatie. 
Beter Onderwijs Nederland stapte er in 2016 uit. (zie hier de toelichting)
De cooperatie laat zijn organisatie doorlichten. (zie hier het artikel)
En met wat googlewerk stuit je op tal van berichten die duiden dat het werk van de cooperatie zowel intern als extern niet tot luid applaus luidt. 

De directeur heeft haar contract opgezegd, het is tijd voor een nieuwe fase van de cooperatie, zo luidt het bericht. 

ik denk aan de vele leerkrachten die ik dagelijks tegenkom, zie hen genieten van het dagelijks werk maar veelal omkomen in drukte en worstelen met de financiele krapte. ik zie directeuren zoeken naar de ruimte die zij hebben om eigen beleid te ontwikkelen samen met hun team. ik zie de enorme toename van clubs en lagen in de afgelopen jaren die iets van of over het onderwijs (te) zeggen (hebben). 
Het samenwerkingsverband, de overheid, het bestuur, ouders, instanties. Edith Hooge bracht het eens mooi in kaart. (niets meer aan toe te voegen)

Dagelijks stel ik mij de vraag: welke meerwaarde heeft mijn laag voor het dagelijks werk, en waar ben ik meer last dan lust voor de leerkracht? 

De politiek stelt zich de vraag: waar blijft het onderwijsgeld? 
Ik ben van mening dat we schoon schip zouden kunnen maken en al het geld dat daarmee vrij zal komen naar de scholen zal kunnen gaan om rechtstreeks ten goede te laten komen aan het dagelijks onderwijs. De leerkracht niet achter in de rij van de budgettering maar vooraan in de rij. 
Dat is pas echt van, voor en door de leerkrachten. 
 














 

Omdat het genoeg is

We aten wat met elkaar, in voorbereiding op een avondbijeenkomst. De directeur en ik. Tussen de happen door vertelde zij mij: vandaag voor de derde keer deze week een klas naar huis moeten sturen, ik heb geen vervanging meer kunnen regelen. 
Ik stond er eigenlijk niet eens meer van te kijken, de geluiden dit schooljaar zijn mij bekend. Tot 1 januari was ik zelf nog directeur van een basisschool, het telefoontje 's ochtends om 7.00 uur van een zieke leerkracht kostte mij meer dan ooit hoofdbrekens. In mijn nieuwe functie als bestuurder ontvang ik die telefoontjes niet meer. Met 21 scholen in de stichting zie ik echter wel de ellende aan mij voorbijtrekken. 


Ellende inderdaad, dat dacht ik de volgende ochtend. Hoe kan het dat wij zo ver zijn afgezakt dat kinderen niet naar school kunnen? Ik zit inmiddels bijna 25 jaar in het vak, zieke leerkrachten is altijd vervelend, maar structureel kinderen naar huis sturen heb ik in 25 jaar niet gezien. Onvervulde vacatures? Idem! Ook dit is het probleem van de huidige tijd. Ellende, probleem? Hoe groot is het probleem eigenlijk? En hoe krijgen we dit nu eindelijk eens aan het verstand van de Nederlandse politiek. Er dreigt een groter leerkracht tekort van 10.000 leerkrachten in 2025. TIENDUIZEND! En toch meende dit kabinet dat dit niet belangrijk genoeg was om hiervoor plannen in het regeerakkoord op te nemen. Inmiddels kregen we nog wel een bezuiniging van het vorige kabinet doorgeschoven naast de toezegging van wat extra geld voor verhoging van salaris en verlaging van de werkdruk. 'Wat' extra geld, want lang niet voldoende om het salaris gelijk te trekken met onze collega's van het vo. Niemand durft meer te stellen dat het verschil in salaris 'terecht is' (na de uitglijder van de vorige minister hierover), maar een echte oplossing is er niet. Dit kabinet maakte andere keuzes (1.4 miljard werd niet in het onderwijs geinvesteerd maar wordt beschikbaar gesteld voor andere doeleinden). 

Deze overwegingen maakten mij boos. De leerkrachten werken zich in het zweet, komen terug op hun vrije dagen, krijgen onvoorbereid extra kinderen voor de klas (dat is geen onderwijs, dat is opvang) of voelen zich schuldig als een klas naar huis wordt gestuurd. Ondertussen komt er een tegenbeweging van ouders op gang die stelt: geen nieuwe stakingen, dat kunnen wij als ouders er niet bij hebben!

Omdat het genoeg is, dacht ik. Omdat het water aan de lippen staat. Omdat de zorgen voor de toekomst nog veel groter zijn. En omdat de overheid absoluut niet over de brug komt tweette ik:



Aan het einde van de dag meldde Eddy Erkelens, leerkracht in Polsbroek, zich: 


Daarna ging het snel:




De rest is geschiedenis. De website was dezelfde avond nog online en werd door Eddy en een aantal helpers en adviseurs aan de 'achterkant van twitter' verfijnd. 

We zijn inmiddels een kleine week verder en we kunnen concluderen dat de site precies doet wat ik met het idee opperde: de ellende in kaart brengen. Duizenden kinderen krijgen geen onderwijs, tientallen klassen worden naar huis gestuurd. (en vele scholen hebben de site nog niet gevonden of hebben een reden om het niet te registreren).

Inmiddels is het initiatief van de site opgepakt door lokale en landelijke media. Het Po-Front adopteerde de site. Rinda den Besten van de PO-Raad, Jan van de Ven en Thijs Roovers van PO in actie en ook de AOb lieten weten de site een goed idee te vinden. De complimenten daarvoor gaan ruim naar Eddy toe. Wat een noeste arbeid en wat een effect!

Na de social media pakte de traditionele media het bericht op. Eddy werd geinterviewd door de Telegraaf, mijn collega schoof bij Radio 1 aan en aan het einde van deze eerste week van deze site verscheen mijn pratende hoofd bij Omroep Gelderland, RTL-nieuws en hoorde ik mijn stem op de radio en bij Goedemorgen Nederland. Verder verscheen er een aantal artikelen waarin luid en duidelijk de boodschap van de site werd vermeld. 

Omdat het genoeg is.

Omdat de petjes op het demonstratieveld niet meer helpen. Omdat de estafetteacties doorgaan maar zonder enkele beweging vanuit de politiek en omdat: kinderen nu niet maar ook straks zonder de griepgolf, krijgen waar ze recht op hebben: goed onderwijs. 
Nu 2000 tekort, straks 10.000 leerkrachten tekort. 

Als eenvoudige burger denk ik dan: regeerakkoord of niet, je mag je niet meer verschuilen achter de reeds toegezegde gelden (die tekort zijn). Dit probleem is al jaren bekend, al jaren staan de leerkrachten op een nullijn (en dat beetje salaris dat er bij kwam werd via de pensioenpremie weer ingepikt). 

Mijn pratend hoofd op de beelden, het was mij er niet om te doen. Mijn passie zit al jaren bij het onderwijs in het land, ook deze oproep kwam vanuit die passie voort. 

En nu, voor al die leerkrachten en voor, laat ik het niet kleiner maken dan het is, de toekomst van een land (dat begint toch echt bij goed onderwijs): omdat het genoeg is. 

De beelden en artikelen van deze dagen:


ResearchED Amsterdam

Straks, als ik de laatste woorden van dit artikel heb geschreven, blijkt het wellicht een opsomming te zijn van open deuren. De lezer zal zijn schouders ophalen en denken: wat staat hier nu eigenlijk van dat wat ik nog niet wist? 
Die vanzelfsprekendheid overviel mij deze dag, temidden van zo'n 500 onderwijsmensen eigenlijk ook. 
En toch, wanneer diezelfde vanzelfsprekendheid een werkelijkheid van het onderwijs zou zijn geweest dan had deze beweging wellicht weinig bestaansrecht gehad. 
ResearchED streek dit jaar voor het derde opeenvolgende jaar in Nederland neer, in Amstelveen. Dat voor de gelegenheid in de aankondiging Amsterdam werd genoemd. Internationaal wel zo klinkend. 
Een onderwijsdag waarin wetenschap en onderwijs elkaar ontmoeten. Dit komt tot uiting in tientallen lezingen. De toehoorders zijn afkomstig uit het brede veld van onderwijs. PO, VO en WO en de onvermijdelijke kring van adviseurs, ontwikkelaars en bestuurders. Tot die laatste groep behoor ik sinds enkele weken toe. Met hart voor het onderwijs, net als al die andere bezoekers op deze winterse zaterdag. 

Ik bezocht er 7 lezingen van circa 45 minuten. Hoorde de oprichter Ton Bennet de dag openen en afsluiten en schreef bij een aantal lezingen wat mee. Dat, die aantekeningen van oneliners en soms meer, zal ik hieronder opsommen. 
De meeste daarvan zijn op basis van wetenschappelijk onderzoek geuit. De bronnen blijf ik schuldig maar zijn er in veel gevallen wel. 
Hoewel ook dat, de waarde van bronnen, leerde ik deze dag van Christian Bokhove, moet je met regelmaat nuanceren. 
Of zoals ik zelf vaak in mezelf wil herhalen: niets is geheel waar, en zelfs dat waarschijnlijk niet. (bron: Multatuli) 

Maar goed, dat helpt je op een dag waarin de wetenschap centraal staat wellicht niet echt verder :-)
Ik tekende de volgende oneliners en theorieën op en gaf er dikwijls mijn eigen interpretatie aan. 

Tom Bennet tijdens de opening. (Tom is initaitiefnemer van deze beweging)

Wanneer scholen leren, dan doen zij dat vaak van en samen met bevriende scholen. Je kunt je de vraag stellen: wat brengt je verder? 

Waarom zoek je niet eens een school op die er heel anders over denkt, verder van je visie afstaat, kritische vragen durft te stellen. Daar waar het schuurt brengt het je verder. 

De veranderingen in de scholen, waar zijn die op gebaseerd? Is er onderzoek naar gedaan, is er onderzoek op nageslagen? Gebruik gemaakt van al die wetenschappelijke waarheden? Waarom doe je de dingen zoals je ze doet en waar baseer je dat op? Hoe weet je wat werkt? Verbind de wetenschap met het onderwijs en... volg de onderwerpen en thema's waar je het niet mee eens bent. 

 

Met deze uitspraken was de aftrap gegeven. 

De opening is hier terug te kijken. 

Jelle Kaldewaij en Stef Severt beiden van het NRO gaven mij en de andere dertig toehoorders tijdens hun lezing inzage in de enorme databank van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek. 

Het is dat ik vorig jaar bij deze dag ook al eens van het NRO had vernomen, maar tot die tijd was het mij onbekend. Vreemd eigenlijk wanneer je zoals ik al meer dan 20 jaar in het onderwijs werkzaam bent. 

Bij het NRO zijn er 287 projecten afgerond, lopen er 212 projecten die voldoen aan een van de volgende criteria: fundamenteel, praktijkgericht of beleidsgericht onderzoek. 

De volgende sites brengen je meer inzicht. Voor iedereen in het onderwijs is het een must see (en tenminste een must know) wat mij betreft:

 

Www.onderzoeknro.nl 

Www.nro.nl/kennisrotonde 

Www.didactiefonline.nl

Kennisportal onderwijs

Www.onderwijsmetkennis.nl


Mocht je, zoals Tom Bennet verklaarde, je onderwijsverandering op basis van onderzoek willen starten dan is het handig om gebruik te maken van een van de onderzoeken. Het is bij de kennisrotonde ook mogelijk om zelf een onderzoeksvraag in te dienen. Indien het onderzoek nog niet bestaat dan bestaat de kans dat er een wetenschapper aan je school wordt verbonden om dit onderzoek uit te gaan voeren. Boeiend. 

Hartger Wassink werd deze dag door de Nederlandse organisator ontvangen met 'welkom in het hol van de Leeuw'. Zo opende hij zijn lezing deze dag. 

En het klopt, de stromingen in het Nederlands onderwijs willen zich nogal eens tegen elkaar afzetten. Jammerlijk vind ik zelf. Hartger werkt onder andere voor het NIVOZ. De uitgangspunten van het NIVOZ zijn niet als vanzelfsprekend te verbinden met de uitgangspunten voor deze dag. Het siert de organisatoren dat er ook buiten eigen kaders wordt gekeken. Of zoals Bennet het zelf vertelde: bezoek datgene waar je het niet vanzelfsprekend mee eens bent. 
In mijn geval is dat niet zo bij de inhoud van de lezing van Wassink. Ik ken hem via mijn lijnen bij het NIVOZ.

Hij stelde de 'waarheid' ter discussie en deed dit aan de hand van door de groep ingebrachte voorbeelden. 

Een mooie gelaagde driedeling in onderzoeksvragen: 

Modus 1 - obejctieve kennis en feiten. 

De vraag kan worden gesteld: wat werkt in het algemeen?
Modus 2 - contextgebonden kennis. 

Wat werkt in deze situatie?
Modus 3- subjectieve existentiele kenniswaarden
Wat werkt waartoe?

Bij een situatie, zo stelt Wassink, zijn deze drie modi altijd tegelijkertijd aan de orde. 

We zitten nooit in algemene situaties maar zijn altijd verbonden aan specifieke situaties. 
In het onderwijs is iedere beslissing mede een normatief pedagogische beslissing. 
Normatieve dilemma's kennen per definitie geen 'beste' oplossing. Wat overigens niet betekent dat er geen kaders zijn te geven. 

De lezing van Hartger Wassink is hier terug te kijken. 

Adrie Visscher sprak tijdens zijn rijk gevulde lezing over de maximisation of teachers' expertise.
Hij putte uit diverse onderwijsonderzoeken en deelde met de groep de belangrijkste bevindingen daaruit. 

Daarin vertelde hij het effect van een goede docent op het leren van de studenten. 

Om fouten te voorkomen zal ik de waarden van die effecten hier niet beschrijven. Wat ik wel noteerde uit deze interessante lezing, wat doet er toe?

Met 'oefenen' alleen word je geen betere leerkracht. Wanneer je echt het verschil wilt gaan maken voor je leerlingen dan start je met oefenen na je voltoooide opleiding maar stopt het studeren nooit. 

Oefening baart kunst leidt tot het bereiken van het plafond van het gemiddelde. De opdracht aan de goede leerkracht is:

- blijf gemotiveerd om te ontwikkelen
- denk en ontwikkel 'out of the comfort zone'
- ontwikkel mentale modellen
- maak je ontwikkeldoelen specifiek
- zorg dat deze kort en intens zijn
- neem een goede coach met verstand van zaken over gedrag, leerhoudingen en feedback
- ontwikkel feedbackinstrumenten waarmee je studenten/ leerlingen jouw les direct van feedback kunnen voorzien
- ontwikkel een standaard voor professioneel vaardigheden
- weet wat werkt
en... blijf je voortdurend ontwikkelen


Kim Schildkamp van datateams.nl informeerde ons over de aanpak die zij scholen aanbieden om zelf tot gedegen onderzoek te kunnen komen. Een voorbeeld waar wetenschap het onderwijs raakt.
Ze noemde een aantal casussen die scholen bij hen hebben aangedragen en waarbij zij teams hebben geholpen de onderzoeksvraag te formuleren en het onderzoek te starten om zo zelf bij een oplossing voor het probleem te kunnen komen. Tegenvallende cijfers in een bepaald leerjaar of bij bepaalde vakgebieden? Hoe onderzoek je gedegen naar het antwoord. Niet zelden wordt te gemakkelijk een (verkeerde) oorzaak aangewezen en is de oplossing niet de juiste oplossing. 
Het onderzoek dat door hen wordt begeleid wordt door de teams van de scholen zelf uitgevoerd en zal afhankelijk van de aard van de probleemstelling enkele maanden tot jaar of jaren duren. 
Ik noteerde de volgende stappen:

1. Probleem vaststellen. 
2. Hypotheses opstellen en deze meetbaar maken. 
3. Data verzamelen. Kwalitatief en/of kwantitatief. 
4. Controle van de kwaliteit van de data .
5. Data analyse.
6. Interpretatie en conclusie. 
7. Maatregelen nemen.  
8. Evaluatie van het onderzoek.

Ik heb de indruk dat deze methodiek veel scholen verder zal brengen in het in kaart brengen van het ware probleem en het vinden van een gepaste oplossing. Bijkomend voordeel: de leerkrachten leren gedegen onderzoek te doen. Een goede combinatie van werken aan je eigen professionalisering en het doen van onderzoek binnen de school. 

Christian Bokhove prikkelde vervolgens alweer mijn gedachten.  Niet in de laatste plaats door zijn aanstekelijke manier van spreken en presenteren. Met een bijzondere anekdote bracht hij de wetenschap aan het wankelen. Het was een mooi en bijzonder verhaal over de mythe van ijzer in spinazie. Een mythe over een mythe. (en om de kracht daarvan recht te doen zou je de presentatie moeten bekijken, hij start zijn lezing er mee) 

Pas op, zo vertelde hij, met het veroordelen van een mythe. De oorsprong van de mythe is namelijk in veel gevallen nog relevant. Met het verwerpen van de mythe doe je geen recht aan dat deel en breng je zelf weer een nieuwe mythe in de wereld. 
Met veel zelfspot en relativering sprak hij zich uit over mythes.

Na het debat op het hoofdpodium sloot ik mijn dag af met de lezing van Marcel Schmeier. 
Hij heeft zich in de afgelopen jaren onder andere verdiept in de didactiek van het rekenonderwijs en bracht daarover vorig jaar een boek op de markt: effectief rekenonderwijs op de basisschool. 
Bij het schrijven van het boek heeft hij zich gebaseerd op tientallen bronnen van wetenschappelijk onderzoek. Zoals Bennet al stelde: weet wat werkt. 
Met enkele voorbeelden uit rekenmethodes wist hij te illustreren waar de problemen in het hedendaags rekenonderwijs zijn veroorzaakt. 

 

Diverse keren richt hij zich op het verschil tussen kinderen uit diverse milieus. Kinderen uit taalrijke mileus kunnen vaak nog wel uit de voeten met de vaak talige rekensommen, maar waar leren de kinderen die deze voorkennis niet hebben opgedaan goed rekenen? 

En waarom krijgen kinderen die uitvallen bij de toets pas de rekendidactiek die zij eigenlijk zouden hebben moeten krijgen? 

Schmeier sloot voor mij de dag af. Ik heb nog tientallen andere lezingen niet gevolgd op deze dag. 

Enkele zijn nog terug te zien via de site van ResearchED. 

Volgend jaar in januari is er wederom een editie. 
Naar mijn mening steekt dit 'congres' (dat geen congres is) met kop en schouders uit boven vele andere (dure) congressen die er in het land worden georganiseerd. 

Jeroen Goes

 

 


 



 

 

 




 

Ruimte - verhalen van de Werkplaats dl 5

Denk ik nu en straks na mijn vertrek terug aan de Werkplaats
Dan denk ik niet alleen aan de 'afgebroken muren', de kracht van vakkennis, de WP woorden, of andere verhalen van de WP.
Al deze eerder door mij beschreven gedachten aan de WP zijn samen te vatten in een omschrijving:

Ruimte

De fysieke ruimte op de Werkplaats is indrukwekkend. Zestien hectare grond voor 1200 werkers van het VO en 600 werkers van het BO. 
Wanneer je het terrein opwandelt vermoed je nog niet het grote terrein dat achter de gebouwen schuil gaat. Velden waar meerdere partijtjes voetbal tegelijkertijd kunnen worden afgewerkt. Een bosrand waar hele huttendorpen kunnen worden gebouwd, terwijl groepen kinderen hun eigen paardenbakken bouwen om steeds weer een ander parcours huppelend te kunnen afleggen. En dan is er nog een aantal kinderen die het onverwachte van al deze speelmomenten minder de baas zijn of het gewoon leuk vinden om bij de boerderij hun pauze door te brengen. Gravend in de kuil waar schatten liggen begraven, een konijn knuffelend of bij de kippen en hanen in het hok om deze nog tammer te maken dan ze al zijn. 
Ik realsieer mij meer en meer wat een rijkdom dit is voor al deze kinderen. Of zoals ik vandaag beschreef: je zou er maar kind zijn.

De fysieke ruimte is mede voorwaardelijk om te kunnen zijn wie je bent.
De pedagogische opdracht is de stimulans om te kunnen zijn wie je bent. 
Hier wordt niet gedacht in straffen en belonen. Hier gaan we voorbij aan de angst maar is het vertrouwen in de kinderen het uitgangspunt. 
Dat, die basis, die voel je, die ervaar je, en geeft je de ruimte om te groeien. 
Geeft je de ruimte om te stampen in de plas, te klimmen in de bomen (al vinden niet alle medewerkers dat een goed plan, ik kneep met plezier een oogje dicht), te lanterfanteren als je daar aan toe bent. 

Is die ruimte voor iedereen geschikt? 
Voor bijna iedereen, zo is mijn overtuiging. 
Ruimte binnen een vaste structuur van gewoontes en werkwijze zodat die ruimte als veilig wordt ervaren. 

Ik draai de hierboven gestelde vraag graag om: 'is de klassituatie voor iedereen geschikt'?
En als blijkt dat dit niet het geval lijkt te zijn, waarom wordt in veel gevallen het systeem nog wat nauwer gezet? 

Ruimte, gelijkwaardigheid, vertrouwen. 
Ruim zes jaar lang heb ik kunnen aanschouwen hoe de kinderen hierin floreren. 
Juistt die kinderen die het zo nodig hebben. 

En of het gemakkelijk is voor de leerkrachten?
Geenszins, ruimte geven op een goede manier; het is bikkelhard werken.
Niemand heeft gezegd dat het makkelijk was. 






 


 

 

Afgebroken muren - verhalen van de WP dl 4

In 2011 werd ik directeur van de basisschool van de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven. Een school met een rijke traditie en zeer bijzondere geschiedenis. De school van Kees Boeke, zijn vrouw Betty. De school waar de prinsessen eens op hebben gezeten (maar ook weer vroegtijdig hebben verlaten). Een van de scholen in de jaren dertig van de vorige eeuw die paste bij de onderwijsvernieuwers zoals Montessori, Freinet, Steiner en Boeke dus. 
Een bijzondere school en een school als alle anderen in het land. Over de door mij ervaren 'bijzonderheid' schrijf ik een aantal columns. Zoals altijd om anderen te inspireren om eens te overwegen of zichzelf af te laten vragen: waarom doen wij het nu eigenlijk precies anders?]


In het voorjaar van 2014 liep ik van het station Bilthoven naar de school toe. Een wandeling van 10 minuten zoals ik dat veel vaker had gedaan. Na een kleine drie jaar voorbereiding was dit de dag dat de Ronding door 150 kinderen in gebruik werd genomen. De Ronding; klassen zonder muren. Een ruimte voor 300 leerlingen die we in twee fasen in gebruik zouden nemen. Even, tijdens die tien minuten, vloog het mij voor het eerst naar de keel: wat als.....

Er waren drie voorbereidingsjaren aan voorafgegaan. Een niet mis te verstane boodschap van het toenmalige bestuur was daar debet aan geweest: kijk hoever je met je team kan komen om het oorspronkelijke bouwplan aan te passen aan iets eigentijds en passend bij de Werkplaats. Neem niet de tijd, immers het geld van de gemeente ligt op de plank. Als je te langzaam gaat weten we niet of het geld er nog steeds zal zijn. 

En daar gingen we dus, ik in mijn ontdekkingstocht naar wie Kees is geweest, wat de werkplaats hedentendage betekende en wie de mensen waren die hier werkten. Samen met hen moest ik het doen en dus gingen we op pad met elkaar. We bezochten scholen, spraken over de visie van de school, huurden een externe 'veranderaar' in zodat de rollen duidelijk zouden zijn. De directeur die leidt,  begeleidt en met het team op pad gaat en de adviseur die kijkt hoe ver de uitwerking van de visie kan rijken. 

De oorspronkelijke tekeningen kwamen al snel niet meer op tafel: dit team wilde verder gaan en wilde een gebouw dat paste bij de visie op het onderwijs. Architecten presentaties volgden en keuzes werden er gemaakt. 
Tegelijk met dat proces werden de ouders meegenomen in de plannen. Er was voor de meeste van hen geen enkele noodzaak tot verandering. Maar iedereen zou moeten weten dat wanneer die noodzaak er wel zou zijn, je meestal al te laat bent. Ook een bedrijf als Philips moet niet wachten tot de consument vraagt om verandering, altijd een stap voor zijn, wel doordacht ook in het onderwijs is dat belangrijk. 

Naast het proces met het team was het proces met de ouders een zeer interessant proces. We hielden avonden die we vooraf lieten gaan door 'proefavonden' met ouders. Een kleine groep ouders luisterde naar mijn voorbereide presentatie. In veel gevallen zag de uiteindelijke presentatie er heel anders uit. Met deze kritische ogen van meedenkende ouders groeide de kwaliteit van de avonden. 
Het meest cruciaal in het vertrouwen van de ouders zijn de avonden geweest waarop er vragen werden gesteld die door de medewerkers in de zaal werden beantwoord. Het was niet de directeur die daarop wel even vertelde dat het goed kwam, het waren de medewerkers die het antwoord gaven. Ook door te zeggen: eerlijk gezegd weet ik dat ook nog niet zo, we moeten het even aanzien. 
Dit laatste was niet geregiseerd, het kwam zoals het kwam. En de ouders gingen met vertrouwen de toekomst van deze veranderingen tegemoet. 

Nog een cruciale bijeenkomst haal ik in dit verhaal naar voren. Hij staat op mijn netvlies gebrand, voorgoed. Niet in de laatste plaats omdat het een bijeenkomst was op de dag na het overlijden van mijn vader. De plannen waren in een cruciale fase beland, de bespreking was belangrijk. Het plannen van diensten, kaarten en verhalen liet ik tijdens mijn rit naar Bitlhoven even achter mij. Voor de school was dit nu het moment om beslissingen te nemen. Architect en aannemer wachtten op besluiten van de directie.

Of we, voor de zekerheid, geen schuifwanden zouden moeten plaatsen. Voor als het mis zou gaan, dan zouden we nog terug kunnen gaan. De inbrenger van deze vraag kreeg wat medewerkers aan haar kant. Hier voelde ik het proces van de afgelopen maanden in een klap een richting op gaan die niet goed zou zijn voor de school. En hoewel het een teamproces was, was het hier een kwestie van leiding nemen. 'Nee', zei ik, 'die schuifwanden gaan er niet komen. Bij iedere vraag of tegenslag zullen de wanden dichtgaan en zijn we weer terug naar een klassenschool. Het doodt alle creativiteit in het denken voor oplossingen van een probleem.'. 
Bij mijn pleidooi kwam de vermoeidheid van de dagen rondom het overlijden van mijn vader naar boven, verkeerde emotie op het verkeerde moment. De schuifwanden zijn er niet gekomen. En de problemen die we na oplevering zijn tegengekomen zijn opgelost met een enorme creativiteit van het team. Het versterkt mijn idee dat veranderingen met grote stappen moeten worden voorgesteld. Kleine stappen zullen snel leiden tot blijven hoe het ooit is geweest; terug naar de comfort zone.

Het was het voorjaar van 2014, ik stapte de nieuwbouw binnen; de Ronding. We kozen er voor om 150 kinderen deze dag binnen te laten. De andere 150 kinderen zouden enkele weken later volgen. Mochten we in deze dagen verrast worden door het geluid of andere praktische zaken dan konden we gebruik maken van het dubbele aantal vierkante meters. Even vloog het mij naar de keel: wat als....

Een uurtje later liep ik rond in de Ronding, in gebruik door 150 werkers en hun medewerkers. Een van hen liep mij, bijna huppelend, tegemoet. 'Het werkt Jeroen, het werkt!'. 
Mijn hart huppelde even met haar mee. En nog steeds, in het lopen in de Ronding huppelt mijn hart een beetje met de werkers mee. 

De kracht van vakkennis - verhalen van de wp dl3

In 2011 werd ik directeur van de basisschool van de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven. Een school met een rijke traditie en zeer bijzondere geschiedenis. De school van Kees Boeke, zijn vrouw Betty. De school waar de prinsessen eens op hebben gezeten (maar ook weer vroegtijdig hebben verlaten). Een van de scholen in de jaren dertig van de vorige eeuw die paste bij de onderwijsvernieuwers zoals Montessori, Freinet, Steiner en Boeke dus. 
Een bijzondere school en een school als alle anderen in het land. Over de door mij ervaren 'bijzonderheid' schrijf ik een aantal columns. Zoals altijd om anderen te inspireren om eens te overwegen of zichzelf af te laten vragen: waarom doen wij het nu eigenlijk precies anders?


Vandaag bij het laatste bezoek van een school aan de WP waar ik bij zal zijn, werd het mij nog eens gevraagd. Zo mooi, zo bijzonder, waarom zou je vertrekken?
Het antwoord dat ik daarop gaf vind ik belangrijk om hier nog eens te vermelden, in het kader van deze 'verhalen van de WP'. De Werkplaats is niet het mooiste, het beste uit het land. Er zijn zoveel mooie prachtige verhalen te vertellen bij zoveel andere bijzondere scholen en over bevlogen leerkrachten. Passend bij de cultuur waar ze staan, ambities op de punten die passen bij hun eigen leerlingen. En juist dat, voor een brede blik in het onderwijs, dat boeiende vak, hoop ik weer tegen te komen. Daar ben ik zeker van. Deze verhalen gaan niet over het 'beste dat er te vinden is', het gaat over mooie elementen van het onderwijs. Zoals dat dus overal wel te vinden is. 
Maar dit terzijde.

Vakkennis.

Niets zo mooi als les te krijgen van een leerkracht wiens vakkennis over zijn lippen stroomt. Inspiratie, bevlogenheid, kennis, vakmanschap. Dat is voor de leerkracht nog niet zo eenvoudig om op alle gebieden die kennis en bevlogenheid in zich te hebben. Ik ken het nog van mijn eigen leraar zijn op een school zonder vakleerkrachten. Gym, muziek, rekenen, taal, spelling, geschiedenis, creativiteit, natuur. De boekjes gaven zelden of nooit de inspiratie. En het lukte mij bij het ene vak wat beter dan bij het andere om de kinderen te kunnen inspireren. Het moet je maar gegeven zijn om alles te beheersen. 

'Om ieder kind te helpen worden wat het is', verleidt ons tot het aanbieden van een breed, zeer breed aanbod. Met 'hoofd, hart en handen', verplicht ons om dit alles aan te bieden. 

Met veel plezier, aan het einde van de werkweek begeef ik mij in de danszaal waar een zeer bekwame en altijd bevlogen vakmedewerker dans  de danslessen geeft aan kleuters tot en met groep acht. Nog steeds na 6 jaar ben ik verrast over zoveel intrinsieke vrijheid van de werkers die hier onder leiding van haar de vrijheid genieten om te improviseren op muziek en elkaar uit te dagen. Ik hoor haar nog eens aanmoedigen 'vanuit het lichaam, gebruik de ruimte!'. 
Heel soms wil ik wel eens een pasje meedoen om te ervaren hoe lastig dit kan zijn wanneer je dit nooit hebt meegekregen in je jeugd. 

Met minstens zoveel plezier beland ik heel af en toe op de natuurzolder. De vakmedewerker natuur schudt alle kennis over de natuur uit haar mouwen. Alles lijkt ze te weten. Vol overtuiging vertelt ze de bijzondere verhalen van de natuur, trekt ze materialen op tafel, laat ze kinderen genieten van de nachtbeelden van de infraroodcamera in het bos (dassen!) en even later laat ze de jongste kinderen als ganzen vliegen om de boerderij heen. Op weg naar een overwinterplaats in Nederland. Er is geen kleuter meer die dat vergeet. (en dan de momenten van 'eetbare planten, thee trekken, een vuurtje in de kring buiten op de eikenstammetjes). 

Ik doe de andere vakmedewerkers tekort. Gym, twee keer in de week van een vakdocent. Muziek van zeer kundige muzikale vakmedewerkers. Zingen vanuit het hart. Het wordt heus, net als de andere vaklessen, niet door alle werkers met evenveel enthousiasme bezocht, maar ze hebben het tenminste jarenlang aangeboden gekregen om zelf te kunnen ontdekken of zij het talent bij zichzelf konden en wilden aanboren. 

Dans, muziek, zang, beweging, het komt allemaal samen tijdens het 'Onder de bogen festijn' aan het einde van het schooljaar. Een van de tradities van de school. Daarover in een ander verhaal weer meer. 

Waar betalen jullie het van?, is de meest gestelde vraag van andere scholen bij een bezoek aan ons.

De Werkplaats heeft een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Vrijwillig zoals bij alle scholen. Maar (bijna) alle ouders zien de waarde hiervan in, kiezen mede hierom de school voor hun kind. En door het inkomensafhankelijk te maken is het een school voor alle kinderen. Zoals Boeke het met zijn gemeenschapsgedachte heeft bedoeld. 

Hoofd, hart en handen, om ieder kind te helpen worden wat het is. 
 

Woorden - verhalen van de wp dl2

In 2011 werd ik directeur van de basisschool van de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven. Een school met een rijke traditie en zeer bijzondere geschiedenis. De school van Kees Boeke, zijn vrouw Betty. De school waar de prinsessen eens op hebben gezeten (maar ook weer vroegtijdig hebben verlaten). Een van de scholen in de jaren dertig van de vorige eeuw die paste bij de onderwijsvernieuwers zoals Montessori, Freinet, Steiner en Boeke dus. 
Een bijzondere school en een school als alle anderen in het land. Over de door mij ervaren 'bijzonderheid' schrijf ik een aantal columns. Zoals altijd om anderen te inspireren om eens te overwegen of zichzelf af te laten vragen: waarom doen wij het nu eigenlijk precies anders?


In mijn eerste weken op de Werkplaats struikelde ik met regelmaat over de woorden van de school. Woorden, what's in a name? Zo dacht ik in eerste instantie. Leerlingen zijn werkers, leerkrachten zijn medewerkers. Ik moest bij die schijnbaar eenvoudige woorden steeds nadenken bij het gebruik daarvan. 

Het zal na deze zes jaar weer wennen worden om de gebruikelijke woorden als juf en meester in mijn nieuwe werkomgeving te horen klinken. Ik ben er namelijk nogal aan gehecht geraakt; werkers en medewerkers.  De mooie woorden waar gelijkwaardigheid in weerklinkt. De werker en de medewerker. De volwassenen die geheel vertrouwd door de jongeren met hun voornamen worden aangesproken. Ik heb daar nooit enig disrespect uit horen klinken. Vooral deze dagen klinkt het 'hé Jeroen' over het schoolpleiin heen. Voor kind en volwassene voelt het veilig.

Het is natuurlijk veel meer dan het gebruik van die woorden. Na een aantal weken na mijn start doorzag ik dat, of liever gezegd doorvoelde ik dat. Het is in die woorden ingesloten dat de volwassene zich op dezelfde hoogte stelt als het kind. De volwassenheid van de medewerker draagt zorg voor de veiligheid in het contact. In die zin blijft het toch altijd wat ongelijkwaardig. Maar niet als vanzelfsprekendheid. De ongelijkwaardigheid komt pas naar voren wanneer het gevraagd wordt. Liever wordt de werker verleid om zelf de leiding te nemen. De leiding in zijn eigen proces, binnen de kaders die de school voor hem en de andere kinderen heeft neergezet. 
Om die reden dekt het woord 'medewerker' ook zo mooi de lading. Medewerking aan de werker. 

Het is bijzonder dat Boeke dit dus in de jaren '30 van de vorige eeuw heeft neergezet. Het zijn de gebruiken die onlosmakelijke aan de Werkplaats zijn verbonden en die zo betekenisvol zijn in de pedagogische opdracht die aan de school verbonden ligt. 

Vanuit dezelfde hoogte benaderd wordt het kind (en volwassene) misschien wel optimaal gezien. 


 

Verhalen van de WP - dl1

In 2011 werd ik directeur van de basisschool van de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven. Een school met een rijke traditie en zeer bijzondere geschiedenis. De school van Kees Boeke, zijn vrouw Betty. De school waar de prinsessen eens op hebben gezeten (maar ook weer vroegtijdig hebben verlaten). Een van de scholen in de jaren dertig van de vorige eeuw die paste bij de onderwijsvernieuwers zoals Montessori, Freinet, Steiner en Boeke dus. 
Een bijzondere school en een school als alle anderen in het land. Over de door mij ervaren 'bijzonderheid' schrijf ik een aantal columns. Zoals altijd om anderen te inspireren om eens te overwegen of zichzelf af te laten vragen: waarom doen wij het nu eigenlijk precies anders?


Het was in een van de eerste weken dat ik bij wijze van 'per ongeluk' in gesprek kwam met een geinteresseerde leerling voor ons voortgezet onderwijs; het VO van de WP. Deze jongen van veertien jaar voerde een pleidooi voor zichzelf om over te kunnen stappen naar ons VO. Ik had hem al duidelijk gemaakt dat hij op de verkeerde locatie terecht was gekomen maar dat ik graag van deze gelegenheid gebruik wilde maken om achter zijn beweegredenen te komen. Ik was immers nog in mijn orientatiefase op deze voor mij nieuwe werkplek. 
Hij vertelde over zijn vrienden op de WP, de keuze die hij had gemaakt voor een andere VO school en dat hij daar nu dus spijt van had. 
'Waarom?' vroeg ik hem. 'Wat maakt de WP zo anders dan jouw school'. 
Hij gaf woorden aan zijn antwoord en ik probeerde het samen te vatten met 'op de WP word je dus geaccepteerd zoals je bent?'.

'Nee' antwoordde hij mij, ' het is anders'. 'Op de WP word je gewaardeerd zoals je bent'. 

Het was mij al duidelijk geworden dat in deze onderwijsomgeving taal een zeer belangrijke plaats inneemt. De tradities bij naam noemen, de dieper liggende betekenis van woorden als 'werkers' en 'medewerkers'. En het feit dat Boeke zijn Werkplaats geen school wilde noemen maar een 'kindergemeenschap'. 

In dat kader pasten de woorden van deze jongen. Gewaardeerd worden om wie je bent. 
Of zoals Boeke het in zijn visie bijna 100 jaar geleden beschreef: 'het doel der opvoeding is ieder kind te helpen worden wie het is'. 

Dan helpt het inderdaad dat je gewaardeerd wordt wie je bent. Dat is een diepere laag dan accepteren van wie je bent. 
Mooi gevonden, een wijze les van een voor mij onbekende veertienjarige jongen. 

Ik heb niet meer vernomen of hij is aangenomen en hoe het hem is vergaan. 
En belangrijker nog, of hij de waardering om wie hij is inmiddels in voldoende mate in zijn leven is tegengekomen. 




In de rij

Ik herinner mij de dagen nog op mijn oude lagere school. 
Bij de eerste bel stonden wij in de rij, bij de tweede bel moesten we stil zijn. 
In de rij naar binnen en ja ook in de rij naar buiten. 
Altijd gerotzooi natuurlijk, boze meesters en juffen, nog langer wachten voordat we verder mochten lopen. 
En voor straf: achter in de rij aansluiten. 
Tja.

Vandaag moest ik daaraan denken toen iemand mijn zijn ervaring vertelde over de school waar hij even had gewerkt. De kinderen moesten ook daar in de rij staan.
Door mijn ervaring op De Werkplaats was ik dat beeld al weer vergeten. 
Mijn gesprekspartner schetste het beeld zoals ik mij dat herinnerde. De kinderen werden in een keurslijf geduwd dat door de school was bedacht. En wanneer ze niet in de rij stonden wisten zij uitermate gebruik te maken van de tijdelijke vrijheid die zij genoten. Beter dus in de rij, zo dacht de school. Anders is het alleen maar chaos, zie je wel?

De rij is op de Werkplaats er nooit geweest denk ik, en zal er ook niet komen. 
Kinderen van alle leeftijden hebben die rij ook absoluut niet nodig, hebben dat keurslijf niet nodig om zich wel gewoon acceptabel te kunnen gedragen. 

Ik laat mezelf ook niet graag in de rij zetten, nog steeds niet. Net als vroeger.
Waarom zouden we het de kinderen wel aan doen? 


 

Binnensluiten

'Weet je', zegt de moeder die tegenover mij zit, 'mijn zoon vertelde dat hij naar je toe moest komen voor een gesprek, het is alweer een tijdje geleden'. 
"ik weet het' antwoordde ik haar. Hoewel het alweer ruim een jaar geleden is geweest herinnerde ik mij het gesprek. 

K kwam bij mij langs, hij had moeite om met andere kinderen te spelen. Veel ruzie, kon moeilijk omgaan met onverwachte situaties. Precies die onverwachte situaties zoals ze bij het buitenspelen nogal voor kunnen komen. En als hij dan de regie over wil nemen dan zijn er maar weinig die naar hem luisteren. Het gaat vaak fout met K. En de juf wist het ook even niet meer dus vroeg ze aan mij of ik eens met K zou kunnen praten. 

Het gesprek verliep zoals ik had verwacht, maar het was duidelijk dat K er een andere gedachte bij had. Tenminste zo blijkt nu ruim een jaar later. 

'K, kwam thuis, helemaal opgetogen', zo vertelde zijn moeder. 'Weet je wat mij is overkomen? Ik moest naar Jeroen en ik dacht dat hij wel boos zou zijn omdat het steeds mis gaat met het buitenspelen, maar weet je wat er gebeurde?. Jeroen stelde allemaal vragen en toen ik die had beantwoord gaf hij mij tips over hoe ik het ook kon doen.'

Inmiddels zag ik de tranen in de ogen van de moeder staan en gingen mijn gedachten naar die andere jongen van alweer zo'n 8 jaar geleden. Zelfde setting, zelfde soort gesprek. 

En ik denk aan de school waar het zo vaak niet lukt om deze jongens in te sluiten. Ieder vergrijp, ieder 'buiten de lijntjes' te veroordelen en te beantwoorden met nog verder buiten de lijntjes te duwen. 'Ja maar' zegt mijn zoon 'deze jongens maken het ook wel bont hoor, er is niemand meer die met ze wil omgaan'. 

Ja antwoord ik hem, dat is nu precies waar het om draait. Juist in de veilige setting van de school kunnen we al die andere jongens leren om ook met deze jongens om te gaan. Inzicht te geven waar het gedrag vandaan komt om er samen voor te zorgen dat het voor iedereen een leuke plek kan zijn. Er uit gooien, buiten sluiten, het is de meest gemakkelijke oplossing. 

Maar binnensluiten, er bij houden, samen opgroeien, door alle stormen heen een kind verdedigen net zolang totdat ook hij ziet dat hij er bij hoort. 

Dat, deze pedagogische plicht, zou eens opgenomen moeten worden in een regeerakkoord.

Daar kan geen Wilhelmus of Nachtwacht tegenop. 

Het register

Alles wat men in een vast format giet geeft nu eenmaal administratief gedoe. Je wurmt je in het kader van een ander.

Allereerst: ik neem de lusten en lasten van de democratie tot mij. Als semiambtenaar volg ik op wat mij wordt opgedragen te doen. Schoolleiderregister (bij CAO vastgesteld) - herregistratie (in augustus mag ik mij bewijzen in een vallideringsgesprek) en straks het lerarenregister. Als de politiek het zo heeft bedoeld, dan rest mij niets anders. 
Kees Boeke, mijn voorganger en illustere oprichter van de school waar ik leiding aan mag geven volgde dikwijls een ander credo; Hij liet zich door zijn eigen visie leiden, tot het gevang aan toe. 
De tijden zijn veranderd.

Vervolgens: De kracht van de ontwikkelingen waarmee het onderwijs, mijn vak, mee te maken heeft gekregen en nog steeds krijgt zijn van dien aard dat een ander geluid ook mag worden gehoord. In het beste geval onder het motto: van wrijving krijg je glans. 
Wellicht kan ik de glans enigszins bieden op de ontwikkeling van dit register. 

Vandaag werd dit filmpje gepubliceerd. En het heeft alles in zich waar ik mij zo zorgen over maak. 



Het filmpje ontleed en mijn zorgen op een rij gezet:

12 seconden: 'met dit register laten wij zien dat we over de juiste papieren beschikken'

Beste onderwijscoöperatie: mijn leerkrachten hebben dit al laten zien bij hun sollicitatie. Zij toonden hun diploma, we trokken referenties na en zij overlegden een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).

... 'en dat wij ons vak bijhouden'. 

Ik voel mij als schoolleider zeer verantwoordelijk voor de kwaliteit van ons onderwijs, en daarmee ook de kwaliteit van het team. 
Het is daarom dat leraren aan mij en via de kinderen aan de ouders laten zien dat zij hun vak bijhouden. Zonder het bijhouden van het vak kan je in de huidige maatschappij niet meer meedraaien. 
Ik neem jullie even mee in de verantwoordingsplicht die we heden ten dage hebben: Ik voer jaarlijks: tien keer een gesprek met de MR, drie keer met de GMR, tien keer met het toezichthoudend bestuur,  met de voorzitter en vice-voorzitter van het toezichthoudend bestuur. Daarnaast worden er jaarlijks tevredenheidsenqûetes gehouden onder alle ouders en onder leerliingen van de bovenbouw. De toetsresultaten bespreken wij op leerkrachtenniveau (groep) en schoolniveau. Hierover rapporteren wij, publiceren wij en hierop stemmen wij onze ontwikkelingen vast. 
Leerkrachten nemen deel aan de gesprekkencyclus. Dit betekent een functioneringsgesprek, een popgesprek een beoordelingsgesprek. De ontwikkelingen staan ten diensten van de plannen zoals in het schoolplan staan beschreven. 
O ja, sinds een aantal jaar dienen wij ons op onze site (of in de schoolgids) te verantwoorden over de nascholingsactiviteiten van het team. Zo liet de inspectie ons weten. Het is sindsdien netjes op de site gepubliceerd. Inclusief de verbinding met het schoolplan en natuurlijk een jaarlijkse evaluatie. 
U stelt: 'daarmee laten wij zien dat wij ons vak bijhouden'. 
Ik stel: iedere school die het bovenstaande niet op orde heeft kan (en dient) dit op orde brengen, en daarmee aantonen voortdurend in ontwikkeling te zijn en zijn kwaliteit te toetsen aan de huidige wensen en eisen. Ik ken weinig beroepen waar het functioneren van de werknemer onder zo'n groot vergrootglas ligt als die van de leerkracht. 

Na 20 seconden: 'om te bepalen of de leraar zijn vak voldoende heeft bijgehouden worden criteria opgesteld'. 
Naast alle criteria die we reeds hebben (en waarover ik mij als schoolleider maar daarmee ook de leraar zich dient te verantwoorden (zie hierboven) krijgen we dus nieuwe criteria. Hier komt een extra spanningsveld: als school stellen we ambities, het werken aan deze ambities weten we met flinke moeite te verwerken in ons jaarprogramma, en nu komen daar dus nieuwe criteria bij. Daar staan we dan als ambitieuze school.
Ik hoor u denken: prima toch, dan pas je de ontwikkeling van de school in bij het register. 
Ik kan u laten weten: dat past niet, want criteria vormen een format en dat is zelden het format waar wij in passen. 

Na 48 seconden: (ik heb de seconden hiervoor even gelaten voor wat het was, maar de beroepsgroep bepaalt, stelt criteria vast, bepaalt of consultatie tot de eisen voor herregistratie behoort)  'We stellen vast aan welke criteria de aanbieders moeten voldoen'. 
Ik vrees met grote vrezen de marktwerking van deze stellingname. Sterker nog, ik heb het in de afgelopen periode al zien ontstaan. Wervende teksten, cadeaus bij een lezing (een Ipad cadeau!). Hier gaat het allang niet meer over de inhoud, maar over de vorm en over de vraag: hoe vergaar ik mijn punten bij elkaar?
Daarnaast, en dat baart mij als schoolleider zorgen: hoe verantwoord ik de wijze lessen die ik bij derden inkoop (of door mijn eigen teamleden laat verzorgen) die niet aan deze criteria voldoen? U stelt: dat mag u gewoon blijven doen, maar punten moeten er ook worden gehaald. Ik stel: hoe valt dat in 40 schoolweken te passen? En waar gaan schoolambitie en registratieplicht samen op? 

Na 1 minuut: 'ook de organisatorische zaken moeten goed geregeld zijn'. 
Een aantal keer heb ik mogen deelnemen aan de klankbordgroep van het schoolleidersregister. Ik kan u verzekeren, het veld is nogal verdeeld. De wijze waarop zaken worden geregistreerd zijn nogal cultuur bepalend. In alle communicatie, en ook in dit filmpje, wordt benadrukt dat het register geen administratieve workload moet opleveren. Ik kan u stellen: iedere nieuw format levert dat op, daar ben ik zeker van. En zeker in een nog niet volledig gedigitaliseerde wereld als die van het onderwijs. 
Het lijkt mij dat we eerst werk maken van het voorkomen van de burn-outs in deze kwetsbare beroepsgroep alvorens men tot nieuwe formats te dwingen. 
Als niet digibeet ben ik al vele keren verdwaald (en hard weggerend) uit het schoolleidersregistersysteem. Het is een slechte voorbode. 

1.12: 'het vrijwillige register'.
Dit is een denkfout, het huidige register is niet vrijwillig. Tenminste niet wanneer je in aanmerking wilt komen voor een lerarenbeurs. Het huidig aantal geregistreerde wordt door onze Staatssecretaris als succes gezien. Wij weten beter, het is slechts een hele kleine groep die zonder deze verplichting geregistreerd zouden zijn. 

1.40: 'we komen langs bij je op school'.
Beste onderwijscoöperatie en kartrekkers van dit register. Wanneer mijn kritiekpunten op zo'n bijeenkomst aan bod zouden kunnen komen en mogelijk door u kunnen worden weerlegd, dan bent u van harte welkom.
Ik veronderstel dat andere schoolleiders hier graag bij aanwezig willen zijn. Ik heb nog weinig positieve klanken gehoord. Zowel bij besturen als bij schoolleiders. 

Wellicht kunt u onze zorgen wegnemen. Immers een register door de beroepsgroep bepaald heeft ook weer de ondersteuning van de schoolleiding nodig. 

We moeten er maar het beste van maken met elkaar. 
Misschien is dit filmpje uiteindelijk wel een goed begin van de wrijving tot glans. 





De pedagogiek als basis

'Houd ze binnen' zo schreef ik een paar jaar geleden. 
'Geef ze een tweede, derde een vierde kans, laat ze niet vallen'


Op een weinig inspirerend bedrijventerrein aan de zuidkant van de Maas stapte ik met onderwijscollega's (verbonden met elkaar via 'de Coalitie van Het Kind'  (NIVOZ))dit grote pand binnen. Rotterdam Zuid, de plek in Rotterdam waar mijn zoon geen kamer wilde hebben. 'Beter van niet pa, ik ga boven de Maas zitten'. 
Soms is het het beste om nietsvermoedend een andere wereld in te stappen. En zo volgde ik de groep mensen, schudde een hand en stapten we de theaterzaal binnen. 
Stoelen kris kras door elkaar, geen voorstellen, ga maar zitten, neem deel aan dit spel. 

Een paar minuten later schudde ik de handen van de 10 aanwezige jonge mannen, in de vorm van het theaterspel. We begroetten elkaar alsof we elkaar jaren niet hadden gezien en een volgend moment met grote argwaan naar elkaar. In de theatersport oefening kwamen de echte talenten van de aanwezige mannen naar voren. Humor, rauw, grof, straattaal maar in theatervorm. Improviserend, geen nee zeggen, maar met steeds een ja de spanning opbouwende. Ik voelde mij, geslaagd, blousje aan, zittend aan de kant klein worden ten opzichte van deze mannen. 

Het zijn de jong volwassenen van de 'Nieuwe kans'. Jongeren van de straat die, soms op eigen initatief en vaker gedwongen door het jeugdloket deelnemen aan dit project. Als nieuwe en misschien wel laatste kans om van de straat te komen. 

We stonden hier voor even als een groep samen en tegelijkertijd heb ik nimmer zo ver van de wereld van mijn spelgenoot gestaan. Het Rotterdamse straatleven, zoals tenminste 7.000 jongeren tussen 18 en 26 jaar dit dagelijks leven. Deze stichting bereikt 250 jongeren per jaar en biedt ze nieuwe mogelijkheden. Een uitzicht op een opleiding, een baan, een stageplek. En ondersteuning bij hun leven. Als ze zich aan de regels houden. 

'Vanwaar uit verbind je ze', zo stelden wij de vraag aan hun docenten. 'Verbinden doen we door uit te gaan van hun kansen, in wie ze zijn, in wat ze kunnen. En dat is, voor deze jonge mannen met een karrevracht aan bagage, een nieuwe ervaring. 
Ja het lukt ons, en ja het lukt ons vaak niet.'

'Houd ze binnen' zo schreef ik een paar jaar geleden. 
'Geef ze een tweede, derde een vierde kans, laat ze niet vallen'


Terwijl ik nog ruim onder de indruk was van mijn kennismaking met deze wereld onder de Maas, in Rotterdam Zuid, werd ik alweer op een andere plek in Rotterdam Zuid ontvangen. Rotterdams Vak College de Hef. De school met 55 nationaliteiten, zoals op straat al zichtbaar was. 

Toen dit gebouw 3 jaar geleden werd geopend hebben de leerlingen zich afgevraagd: 'is dit allemaal voor ons?'. 
Zo weinig zijn zij gewend aan de omgeving die ieder kind in Nederland verdient. Een prachtig, open, schoon, modern gebouw.
De leerlingen hebben er aan meegewerkt om de straatcultuur uit de school te verdrijven. Om trots te kunnen zijn op hun school, om kansen te bieden, een veilige plek te hebben met elkaar.
Trots want ze zitten op een Vak School, inhoudelijk gelijk aan het VMBO, maar 'mevrouw we willen niet op het VMBO zitten, daar vinden mensen veel van'. En zo werd het een Vak School, Rotterdams en 'De Hef', een icoon in de stad. 
In de vele verhalen van de rector die deze transitie van probleemschool naar deze school heeft ingezet vroeg ik haar wat voor haar nu de basis is geweest in het werken met deze kinderen.

Eerder deze week heb ik namelijk die vraag ook gesteld aan andere directeuren en leerkrachten op scholen die veel te maken hebben met grote pedagogische vraagstukken (vijf van mijn leerlingen ben ik kwijt geraakt, allen zijn uit huis geplaatst, zo vertelde een van hen). 

De rector van 'De Hef' wond er geen doekjes om: de pedagogiek is de basis voor al ons leren. Via die weg, de juiste niet veroordelende vragen te stellen en alle kinderen het vertrouwen te geven zijn we zo ver gekomen als dat we nu zijn. Kinderen gaan graag naar school, docenten hervonden hun trots en ouders komen weer naar school terug. (en gisteren kwam de Minister luisteren naar ons verhaal)

'Houd ze binnen' zo schreef ik een paar jaar geleden. 
'Geef ze een tweede, derde een vierde kans, laat ze niet vallen'


In mijn eigen Bilthovense bubbel ontvang ik vele vele scholen uit het hele land. En steeds weer ontving ik de vraag: kunnen wij dit ook met onze kinderen, onze doelgroep?
Steeds had ik de overtuiging dat het kan, uitgaan van het vertrouwen, de pedagogiek als basis. Maar steeds weer wist ik niet of die overtuiging juist was, bewezen kon worden. 

Vandaag was ik in Rotterdam Zuid en zag ik waar een stevige basis werd gelegd om te voorkomen dat deze kinderen 'een Nieuwe Kans' nodig hadden om van de straat te geraken. 

De basis is de pedagogiek en zoals later werd gezegd: het gaat niet om de verbinding maar het gaat om 'de beschikbaarheid'; onze beschikbaarheid. 

Beschikbaar zijn voor alle kinderen, beschikbaar zijn voor de straatjongeren, om hen een tweede kans te bieden, en een derde, een vierde. Juist zij. 

Stichting 'Een nieuwe kans' bestaat vanuit gemeentelijke subsidies en zo zijn zij afhankelijk van de politieke wind. 
Ik kan alleen maar hopen dat die wind voor deze stichting nog heel lang de goede kant uitwaait. 
Dat verdienen al die mooie mensen die zich hier en elders inzetten voor hen voor wie het leven niet als vanzelfsprekend over een geplaveid pad zal gaan verlopen. 

Houd ze binnen en wees beschikbaar. 

(meer over Stichting de NIeuwe Kans en over Rotterdamse Vak School de Hef
 

 

 

 

 


 

Uitsluiten

Wanneer de pedagoog in jou
geen alternatieven meer ziet
anders dan mij
uit te sluiten
van les of van contact
wat verwacht je dan nog 
van mij
als kind?

(Na een gesprek over pedagogiek in het onderwijs)

Speciaal vakmanschap

Onwetend liep ik de luxe kledingzaak in.
Even later liep de verkoper zich een rotje, sjouwde ongevraagd stapels blousonnetjes uit ruimtes waarvan ik niet wist dat ze bestonden.
Een glaasje water, gesprekken in drie talen met andere klanten, een speldenkussen op zijn arm, mijn vrouw inpalmend met zijn charme, belangstellend naar mijn werk, schouderkloppend op zijn personeel.
Zo groeide de stapel kleding in het pashokje.
Ja hij had een bijzondere schoolloopbaan gehad, speciaal onderwijs, niet afgemaakte opleidingen. Nog al druk ja. Onder de verkooptafel ligt een lijstje met de to do's die hij afstreept (maar thuis... ja dat is anders ;-) ), anders komt het er niet van.
'Ik heb zo mijn beperkingen en voor dit vak heb ik niet hoeven te leren'.

Glimlachend liep ik zo'n twee uurtjes later met volle tassen de zaak uit, een warme handdruk, wat gratis sokken toegestopt gekregen. 

En ik dacht, dit is geen beperking, dit enthousiasme, het vakmanschap en een ongekende gastvrijheid. 


Van speciaal onderwijs naar vakmanschap. 

Dat alles bijelkaar was wat deze dag nog zo veel mooier maakte dan de volle tas met kleding aan mijn schouder.


World teachers day

Je bewondert ze en
je verguist ze
als kind.

Je herinnert ze,
in al die wegen,
als volwassene.

Je weet hoe betekenisvol ze zijn voor je kinderen
op de momenten dat je ze nodig hebt
net dat moment dat je het als ouder ook even niet meer weet
zit je bij hen aan tafel en krijg je dat ene zetje om het juiste te doen.

Meester Bas voor Lukas,
Juffrouw Riet voor Julian
of eigenlijk misschien niet voor hen
maar welvoor ons.

Van een onwaarschijnlijke belangrijke betekenis voor ons
en daarmee ook voor de jongens.

En dagelijks zie ik de bevlogenheid bij al 'mijn' mensen in de school.
Altijd gaat het over de liefde,
de kennis,
het zien van al die diversiteit van de kinderen in de school.

Misschien wel een onderschat vak, het leraar zijn.

Vandaag is het World teachers day.
Voor mijn juffrouw van Vliet van vroeger,
de meester Bas en Juffrouw Riet van onze zonen.

De onderwijsassistent die er is als de leerkracht er niet kan zijn.
Voor al die leerkrachten, docenten en professoren.

Wees trots op het prachtvak dat je hebt.

Een verschil

Het kind dat van je leert lezen
schrijven, spellen
dat zich zelf leert kennen

Het kind dat leert te vallen
en weer op te staan
waar jij ze bij wilt helpen

De een iets meer dan de ander
dankzij en ondanks jou
de kwetsbare onder hen het meest

Het kind dat op het juiste moment
jou tegen is gekomen
voorgoed in zijn geheugen gegrift

Dat, die dagelijkse kansen
in het leven van het kind het verschil te kunnen maken
ligt weer voor je voeten

In het prachtige vak dat onderwijs heet
maak er voor hen en een beetje voor jezelf
weer een onvergetelijke schooljaar van.


De glimlach van een kind

Na een paar dagen begon het de mensen op te vallen. Ik stond daar niet alleen op de eerste schooldag, maar ik stond er steeds weer. Alsof ik niets anders meer deed dan dat, iedere ochtend bij het hek. ‘Blijf je er ook met de regen staan, of in de winter?’. En op een dag nadat ik een dag door afspraken eens had overgeslagen ‘ik heb je gemist gisteren’. Er zijn er die steevast een glimlach geven, anderen een knikje, weer anderen een hand: bij binnenkomst en bij weggaan. ‘Ik vind dat leuk om te doen’ heeft ze mij gezegd. En meer dan ik ooit had kunnen denken ben ik er in korte tijd vertrouwd mee geraakt. Plan ik mijn afspraken alleen nog maar in na dit startmoment van de dag. En zijn er momenten dat ik al op weg naar mijn werk mij op dit kwartiertje verheug. Even de dag opstarten bij het toegangshek van de school. De korte ontmoeting, al is het het kruisen van de blikken met ouders is een fraaie start van de dag. Nog mooier is het zien van de 600 werkers die mij iedere ochtend passeren. Tientallen keren ‘goedemorgen’. Eerst nog schoorvoetend, maar nu al als een goed gebruik: elkaar groeten bij de start van de dag. Ik heb mijn vaste ‘high five’ klanten. Enkele van hen een stevige handdruk: ‘zie je het nog zitten vandaag?’. 

En dan de allerjongsten, het ventje dat steevast over de opstaande rand fietst, voor hem een kleine springplank naar de school. Zijn moeder en ik kijken het lachend aan. Het gaat steeds ‘net goed’. Druk pratende kinderen, in de jas verscholen kinderen, schuchter of nog niet uitgeslapen kinderen. In wonderlijke berenpakken, knuffels onder de armen, dozen in de hand (hebben jullie een project?). Hier loopt ieder ochtend een kleurrijke optocht aan mij voorbij. Van kinderwagen tot bijna) puberleeftijd. Een basisschoollevenspad waarin een wereld ligt verscholen. 

De winter komt er aan, koude, natte dagen, ik houd mij aan mijn voornemen. Om iedere ochtend weer te beseffen wat de ware aard van mijn werk van die dag weer zal zijn. En ergens in de verte klinkt de oude Alberti in mijn oren: de glimlach van een kind… et cetera.
 

Tot morgenochtend en een fijne dag!

Akkoord

Het is bedacht aan de onderhandelingstafel en na ontzettend veel vijven en zessen en met wat druk op de ketel van de Minister (we trekken de toegezegde gelden in) werd er een akkoord gesloten. Drie maanden nadat het schooljaar was begonnen, met terugwerkende kracht in te voeren. 

Proeftuin voor het leven

Onderwijs, zo vertelde Biesta, is een proeftuin voor volwassenheid.
Als een 'crash-test-dummy' vertelde de studieloopbaanbegeleider van de Universiteit van Leiden deze week. 
Het studeren, zo vervolgde hij zijn praatje tijdens de meeloopdag, is de helft van je studietijd. 
De andere helft is het studentenleven. Het leven te vieren, bestuurslid worden, feesten vieren, vrienden maken. 
Bedrijven tegemoet treden om mee te gaan lopen. Als twintig jarige ben je nog geen bedreiging voor hen. 
Ze omarmen je en jij krijgt de gelegenheid om je zoektocht te doorlopen. 

Een crash-test-dummy, fasten your seatbells en zoek de butsen en de deuken van het leven op. 

In de basisschool is er de veiligheid van het gebouw, het terrein en de leerkrachten. 
Al denken sommigen er anders over, maar deze omstandigheden zijn er juist voor gemaakt om te kunnen falen, om te leren en te ontdekken. Hier hoef je nog niet louter succesvol te zijn hier word je nog niet afgerekend. 

'Ik kan mij de nachten op het dakterras nog herinneren' zo mijmerde zij eerder deze week in gesprek met mij. 'Een fles wijn, de nacht, en meer hadden we niet nodig. Die onbezorgdheid van mijn studententijd, waarin ik wist dat iedere dag weer een nieuw begin was, dat is nooit meer teruggekomen'.

In de Leidse collegezaal zaten honderd potentiële studenten, de studieloopbaan begeleider had mijn leeftijd. 
Tenminste een iemand in de zaal begreep zijn woorden, de anderen zouden het de komende jaren gaan ontdekken;
de mooie jaren te leven als een crash-test-dummy. 

Ogen

‘Drie van de vier mogen deze kamer verlaten’ zo vertelde de hoofdmeester tegen de raddraaiers in zijn kamer, ‘en jij, jij mag blijven’, zo liet hij in een adem de vierde jongen weten.
‘Waarom’ vroeg de jongen, ‘wat heb ik anders gedaan dan zij?’
‘Jij’, antwoordde de hoofdmeester, ‘jouw ogen staan me niet aan’.

De jongen was met stomheid geslagen, hier zat hij dan niet om wat hij had gedaan, wel om wie hij was.

Het zette hem op jonge leeftijd op scherp. Scherp op de scherpe oordelen van anderen op hem en anderen.

Het maakte hem allergisch voor de harde oordelen die hem om de oren sloegen, allergisch voor de mensen die zonder belangstelling naar de ander hun mening ventileerden.
Niet met de intentie te laten groeien, maar af te breken, te kleineren, de les te lezen. Het is het machtige wapen van de leraar voor de klas, de schoolleider, en een ieder die in een ongelijkwaardige positie zit.

Het wapen waarmee op ieder moment het verschil kan worden gemaakt, hij die bepaalt of de jonge ziel op vruchtbare grond staat of met gif wordt overgoten of tenminste het water wordt onthouden. Waar laat je het hart groeien, geef je de kinderen een kans zichzelf mooi te vinden, en waar knak je het zelfvertrouwen in de knop?
Wanneer mag je je oordeel voor jezelf houden, laat je de ander zelf zijn valkuilen ontdekken of geef je hem of haar op de juiste wijze de gewenste ondersteuning? Het zijn de dilemma's van ieder moment, in iedere relatie.

Met woorden wordt er een wereld van verschil gemaakt. Ik hoop met hart en ziel dat het positieve verschil wordt gemaakt, voor ieder kind, voor iedere volwassene, in iedere setting.

Zelfs of juist van die jongen wiens ogen je niet aanstaan.

Juist voor hem. Of op zijn minst ook voor hem.

 

Angst

Veel van wat ik weet, is niet zeker.
En bij de woorden die ik schrijf, begint mijn twijfel.
En juist dat laatste is de reden dat ik schrijf.
'De twijfel is het begin van het denken', zo liet Gert Biesta ons vanavond weten. 
En daarin vind ik weer de rechtvaardiging van al deze letters op het scherm. 

Angst, zo zag ik het eerder deze dagen in de ogen van enkele gesprekspartners,
de angst voor het onbekende, de angst voor het loslaten,
angst voor vertrouwen in de leerkracht, het kind, of misschien wel de angst voor zichzelf.

Een aangewakkerde angst in de schijnbare zekerheid die we met de kennis die we tot ons nemen voor onszelf creëeren.
Wij zijn de specialsten van het leven geworden, specialisten voor het geluk.
En wanneer ons eigen specialisme te kort komt, zijn er specialisten die ons (in veel gevallen in ruil voor geld) deze zekerheid kunnen bieden. 

Met deze zekerheid zijn we de twijfel voorbij en stopt ons verder denken. 
Daarmee ontnemen we tevens het denken van de ander; dit is de zekerheid, dit is de waarheid, verder denken heeft geen nut. 
Onze angst van weleer is ingekaderd.
De bevrijding van de angst, zonder te weten waaraan we nu zijn overgeleverd.
Of zoals Biesta vertelde: Emancipatie als bevrijding of ontsnapping? 
In de eerste betekenis geven we ons lot weer in handen van de ander.
We ontsnappen niet, creëeren niet onze eigen pad, maar geven het weg; bevrijd én overgeleverd. 

Ik zag een angst, en zie die angst zo veel vaker terug keren.
Angst voor het mislukken, niet slagen, het missen van de juiste trein van het levensgeluk, het slagen voor het leven. 

Angst, zo vertelde Biesta nog, is niet de angst alleen voor het loslaten.
Misschien is het wel de angst voor het leven.

Veel van wat ik weet, weet ik niet zeker.
En bij de twijfel begint mijn denken. 
En toch, bij de laatste regels zit Biesta tenminste dicht bij de waarheid. 
'De angst voor het leven'... misschien. 

 





 

Onderwijsmoment

Als kind had ik dat ene moment, dat die ene juf van de basisschool mij echt begreep, de juiste vraag aan mij stelde en heel even mijn verdriet zag. Het maakte haar en dat moment voor mij onvergetelijk. Die ervaring van echt gezien worden.
Daarna werd het stil, heel lang stil. Om mij heen en in mijzelf.

En ondanks of dankzij die stilte zocht ik het onderwijs jaren later weer zelf op.
Sindsdien beleef ik tal van prachtige onderwijsmomenten.
Sprankelende ogen, verdriet, angst of woede tijdens een gesprek met kind of ouder.
Een high five aan het schoolhek, zo vol van levensvreugde. De kinderen en hun ouders zijn soms als spiegels van mijn ziel.

De zoektocht naar de juiste antwoorden geven mij hernieuwd inzicht in mijn eigen jeugdjaren.
Jaren zonder diagnoses en stempels.
Ik weet nu; een aantal van de stickers zouden voor mij van toepassing geweest kunnen zijn.
Na 12 ambachten en 13 ongelukken, in zeven sloten tegelijk lopen, en randjes waarop ik heb gebalanceerd en overheen stapte, ben ik meer van mezelf gaan begrijpen, en van de ander.

Ik sprak een jongen uit groep 8.
Domme dingen gedaan, ondoordacht, alweer.Het oorzaak- gevolg denken zit niet in zijn patroon.
Weet hij ook veel, hij viert zijn leven als in een impuls.
Open ogen, vrolijk van zin, ik kijk in de spiegels van mijn ziel.Met mij kwam het uiteindelijk nog wel goed.
En ook over hem maak ik me nu geen zorgen.
Maar verdient hij, net als ieder ander, wel de extra aandacht.
Die ervaring van echt gezien worden, dat is wat in ieder onderwijsmoment telt.  Dan komt ook hij er wel, en kan hij deze momenten zich later nog herinneren.

Je komt er wel gozer, met omwegen, maar je komt goed terecht.

IJsje

Stel dat je op den duur
vooral als een optelsom der delen wordt gezien
van onvoldoendes of niet gepakte kansen
en dan, je bent nog pas een jaar of tien.

Je moeder is gaan geloven in de cijfermaatschappij
is even vergeten wie je bent
en ziet wellicht in jou de onvoldoendes van zichzelf
jouw falen waarin zij zichzelf herkent.

Ze heeft je nog maar eens laten onderzoeken
en spreekt over discrepantie van verbaal en performaal
met jouw gescoorde intelligentie
iets over onderpresteren, beter je best doen; een heel verhaal.

En dat je met wat dure lesjes na je schooldag
je slimmer wordt, kom je beter terecht
en ja mama heeft het beste met je voor
dat heeft ze toch al vaak genoeg gezegd?

Plots ben je dus de optelsom der delen
van de dingen die je op school zou moeten leren
op weg naar het groter doel des levens
waar je nu eenmaal hard voor moet studeren.

Sorry zet je voetbaltraining er maar even voor op zij,
of jouw kind zijn na deze schooltijd
klimmen in de bomen, even hangen en niets doen op de bank
weet je, zo zegt ze, daarvan krijg je later echt nog spijt.

De kansen die je ouders vroeger niet hebben gekregen
extra bijlessen om van zessen, achten te kunnen maken
die, lieve jongen, gaan ze jou ten koste van alles geven
om aan de startstreep niet achterop te geraken.

Heus, ze bedoelen het goed, 
al hebben ze niet begrepen voor dit moment
dat loslaten, vertrouwen in de juf en haar school
voor jou wellicht veel beter is, lieve vent.

Dat we school weer mogen zien
als moment van leren en vallen, opstaan, weer doorgaan
waarin jij jezelf, je leerstijlen, zelf leert te ontdekken
met jouw eigen pad, alle ruimte; voor jou vrij baan.

Lieve jongen vertel je moeder
dat het goed komt met je, welke wegen je ook zult bewandelen
zij zich geen zorgen hoeft te maken
en dat zij niet langer vertrouwen geeft aan hen die in angsten handelen.

Lieve ouders in bezorgdheid om die vermaledijde cijfers
denk nog eens terug aan die tijd van je zelf of van jouw klasgenoot
tijden zonder huiswerkklassen en onderzoeksrapporten
en de kansen die het leven jou desondanks bood.

Verwen je zoon nog eens met een ijsje
nadat hij zijn vijf of zesje heeft gescoord
van het geld dat je bespaarde 
en zet voorgoed al je angsten overboord.


December

December de klas is mooi versierd
en straks gaan we lekker eten
de groen versierde boom met lichtjes
Juf, wil je mij dan alsjeblieft niet vergeten?

Juist nu voel ik mij erg alleen met die blije gezichten
en mooi geklede mensen
bij mij thuis is de sfeer heel anders
en zou ik gewoon wat blijheid willen wensen.

Mijn vader huilt zijn tranen
ziet geen doel meer in zijn leven
zijn somberheid stijgt tot grote hoogte het hoofd teneergeslagen,
zijn handen beven.

Aan mij zie je niets
er zijn er maar weinig die het weten
maar een depressieve papa thuis dat gevoel juist nu,
kan ik niet vergeten.

Als straks de liedjes klinken
ouders op het plein de kinderen komen halen
heb je dan heel even de tijd
om te luisteren naar mijn verhalen?

Gewoon om te laten zien dat je er van weet
je hoeft het slechts te horen meer niet
dat ik weet dat in de stilte van depressie,
er tenminste iemand is die mij ziet.

December de klas is mooi versierd
en straks gaan we lekker eten
de groen versierde boom met lichtjes
Juf, wil je mij dan alsjeblieft niet vergeten?

mens

ODD
ADHD
PDD-NOS
CASS

een

HP
GP
OPP

Storm

Het kleinste geluid, onverwachts,
geeft storm in mijn hoofd,
dreunt nog minuten na,
en is nooit echt gedoofd.

Paniek zal er zijn
wanneer de juf ja zegt, maar nee doet,
pijnlijk groeiend in mijn bol
omdat het steeds weer anders moet.

Vandaag, wanneer die andere juf is in de klas.
stormt het in mijn hoofd
niets is gewoon, haar lachen, haar gepraat, 
omdat ze nooit doet wat ze ons belooft.

Aan het einde van de dag
dan, wanneer
de storm in mijn hoofd tot orkaankracht is gestegen,
deze kleine man, wordt een veel te sterke mijnheer.

De stormen in mijn hoofd krijgen de vrije loop
tot maximale krachten exploderend
tranen, vechtend, het is er in alle vormen
onrust, terugkerend.

Het stormt in mijn hoofd,
het is niet fijn, 
slechts een ding is maar belangrijk,
juf, zal je er voor mij zijn? 

De muur


Meer dan ooit hoorde ik over de val van de muur.
De muur in de laatste dagen van het totaal failliete systeem in Oost Berlijn.
De leiders hielden de bewoners al langer voor de gek, en zichzelf.
Verknalde met hun van doping volgespoten sporters, alle eerlijkheid in de strijd.
Stalen de kunst uit hun eigen huizen, verkochten het aan het westen en zo hielden zij de prijzen laag in eigen land.
Dat door hen verfoeide westen, als broodheer voor hun eigen communisme. 

De pengreep

Is jullie onderwijs wel efficiënt?’

Ik stel de vraag terug: ’Dan moeten we eerst vaststellen wat onder efficiënt onderwijs gesteld wordt.’

Veranderaars

Je kent het wel, zo'n periode waarin alle feestjes tegelijkertijd vallen. Te leuk om af te zeggen, te druk om alles te bezoeken, en toch doe je het.

Roltrap toch naar de maan

Maandagochtend, de klas is stil.
de juf wil meten wat ik weet
en ook de mijnheer van de methode
maar ik ben zo bang dat ik alles vergeet.

Vertrouwen

‘Hoe houd je dan controle, hoe houd je zicht?’

Alphabet een recensie


Wat doe je wanneer alle werkelijkheid geen werkelijkheid meer blijkt te zijn?

Ha Juf

Mooi ben ik al geworden he, 
vier jaar oud al, het is niet niets.
Zie mij lopen, lachen, praten.
Spelen, kleuren, en op de fiets.

De lat

De Cito-inflatie heeft er voor gezorgd dat de voldoende van vorig jaar, nu een onvoldoende is geworden. 
Zelfs wanneer je meer antwoorden goed hebt. 
Aanpassing van de normering noemen ze dat bij Cito.

Het knelt in het onderwijs.


Veertig prachtige schoolweken staan voor de deur.
Volgens de politiek gaat alles anders, passender; passend onderwijs.

Huh gaaaay

Ik hoorde eens
als 10 jarig jongetje
hoe een vader over zijn zoon vertelde:
'Als ik merk dat hij met een jongen thuis komt,
dan hoef ik hem nooit meer te zien'. 

Balans


Vroeger was het net als nu, maar dan anders,

Ben je er?

Lieve, onuitstaanbare, goedwillende juf.
Wanneer ik weer eens uit mijn dak ga,
gedrag vertoon dat zo onwenselijk is brutaal ben,
onuitstaanbaar.
Wanneer je mij dan gaat vertellen wat er mis is met mij.
Wat mijn doen en laten met jou doet.
Weet dan dat ik je nog meer kwijt ben dan dat ik je al was.
Vertel mij niet wat er niet aan mij deugt Wat er mis is met mijn gedrag.
Maar probeer mij te zien, naar mij te luisteren Mijn gedrag kwam voort uit mijn eigen werkelijkheid.
Geef mij de kans om mijn werkelijkheid aan jou te laten zien.
Maak de aansluiting met mij, hoor mij, zie mij.
Het is hulp die ik vraag, het is de noodzaak die ik voel.
Mijn pijn, onbegrip, eenzaamheid of verdriet.
Zo ogenschijnlijk onhandig geuit.
Maar weet dat ik je nodig heb en dat alleen jij voor mij het verschil kan maken tussen een eeuwig gewonnen vertrouwen of het vergroten van mijn eigen ervaren ellende.

Ben je er?


Naieveling

Ik voel me een vreemde naieveling, na het aanschouwen van de presentatie van de methodeverkoper.
Hij stalde zijn waren uit, een tafel vol. 
De tijd van een slechts een rekenboek en een schrift ligt ver achter ons.

Oefenplaats


In een spervuur aan mooie quotes en diepzinnige toelichtingen en onderbouwingen nam Gert Biesta (meer info) ons mee in zijn pedagogische visie of misschien wel meer van zijn wereldbeeld.
Vele quotes inspireerde mij tot verdere gedachten, de school als veilige oefenplaats was er een van.

De waarde van het hart


Ik zag tientallen sprekers
hoorde hen woorden spreken
over onderwijs, hoofd, hart, handen
De woorden rolden over mijn hoofd heen, meer letters, meer woorden, meer zinnen.
 

Education of the heart


Zoveel meer is het onderwijs dan alleen het leren rekenen, lezen, schrijven. 
Misschien is er wel iets belangrijkers, duurzamers, iets groter dan dat.
En is juist daarom het vak van de leerkracht zo bepalend voor het geluk van het kind, de groep, de school, de woonwijk, het land, de wereld. 
Gaat het over 'education of the heart'.

'The Untitled document'



Wat wil je later worden? 

Het is de vraag die mijn zoon van 15 krijgt voorgelegd door zijn mentor.

Immers deze vraag is relevant vanwege de profielkeuze die hij dient te maken voor de afronding van zijn middelbare school.

Het is de verkeerde vraag op het verkeerde moment gesteld.
 

Koningsspelen

Wat vorig jaar bij de kroning van de Koning is ingezet, wordt dus een traditie. 
Tenminste zo wil men dat, en zo is deze Koningsdag bij de basisscholen uit het land weer ingezet. 
Oranje zonnetje, ontbijtje, oranjespul en sport, spel en dans voor ruim 1 miljoen kinderen op 5400 scholen in het land.
Leuk en gezellig toch... of niet?

De kracht van onderwijs: pedagogisch tact


Het zou een veilige dorpsschool moeten zijn geweest, maar wat ik mij vooral herinner zijn de vechtpartijen op het plein en het meisje dat zogenaamd vergiftigd was. 

Aandacht

Ergens in mijn bijna 20 jarige onderwijscarrière is er iets mis gegaan.

Misschien wel in de eerste vijf jaar, waarin ik de opleiding voor coordinator leerlingenzorg volgde.

Leerlingzorg… zorg leerling, daar ging het mis in mijn denken.

Volgzaamheid als excuses

Er is nog al wat kritiek van uit het onderwijsveld op de regeldruk van bovenaf. 
Bovenaf wordt dan gezien als 'de directeur' of 'het bestuur' of 'de inspectie'. 
En iedere genoemde laag wijst weer naar boven. De 'onderste laag' kan naar een ieder die er bovenstaat wijzen. De schuldige staat 'boven hen'. 
Het is een volgens mij groot misverstand om zo te denken. In veel gevallen wordt het beleid van 'bovenaf' misbruikt, om het eigen denken, de eigen creativiteit en verantwoordelijkheid uit te schakelen. Een doodzonde in het vak en een slecht voorbeeld voor de burgers van onze toekomstige maatschappij, onze huidige leerlingen.

En morgen

(Kees en Betty Boeke, oprichters van De Werkplaats Kindergemeenschap)

En morgen gaat het gebeuren. Morgen starten we met het onderwijs van morgen. 
Morgen is de verwezelijking van het proces dat ik nu 2 1/2 jaar geleden mocht beginnen.
Er lag een rapport, een aanbeveling, dat niet aansloot bij de visie van velen. Als nieuwkomer in de 90 jarige eigenzinnige cultuur van de school werd van mij verlangd het proces te draaien. Te draaien naar de school van de toekomst, de school die zou passen bij de tijd, bij de maatschappij, bij de school. 

De oprichter stelde 90 jaar geleden vast: niets in deze wereld zal onveranderd voortbestaan. Ook onze Werkplaats niet. Steeds zullen we moeten kijken naar de veranderende wereld en onze school in die beweging mee laten veranderen. 
En daar lag de opdracht.

Morgen gaat het gebeuren, morgen starten we met het onderwijs van morgen.

Het begin van het einde

Dit weekend maakte ik een eenvoudige rekensom. Een som van een verpichte bijdrage voor de registratie voor schoolleiders. €175 per schoolleider (of adjunct) per jaar. 

Ik rekende uit dat er jaarlijks een totaalbedrag van ruim 1.6 miljoen € binnen zou komen. Geld afkomstig van schoolbesturen, dat wordt ontrokken uit het budget dat er voor scholen is. Je kunt je natuurlijk niet overal druk om maken. Er zijn immers wel serieuzere zaken op de wereld, waar mogelijk nog wel meer geld mee gemoeid is. Zo liet een medebestuurder mij weten. Immers die €175 per school (of een veelvoud) is natuurlijk maar een schijntje op het totaal te besteden budget. 

Ja, ammehoela, deze relativering is voor mij het begin van het einde.

Wie was je


Wie was je, toen je op de lagere school zat?
De vraag kwam nogal onverwachts. Gesteld door mijn tafelgenoot met wie ik nou niet echt op een lijn zat op die dag.
Ze verraste zich zelf met die vraag, zo liet ze mij later weten.

Overheid beslist: gemiddelde lengte met 2 centimeter omhoog.


Onlangs heeft politiek Den Haag besloten dat de gemiddelde lengte van de Nederlander met 2 centimeter gegroeid moet zijn. 
Een ieder die daarna nog onder deze nieuwe norm presteert faalt.
Gotspe, inderdaad, net als de manikale toetsgekte en de papieren werkelijkheid uit de zelfde stad.

Een geluk

Het is een geluk, en het is niet mijn verdienste, en daarom schrijf ik er gemakkelijk maar met veel trots over.
Een geluk om dagelijks te kunnen ervaren wat vrijheid en ruimte met kinderen kan doen. 
De vrijheid om te bewegen, en de ruimte krijgen om je eigen verantwoordelijkheid te nemen.
Waardoor school zo veel leuker en leerzamer is dan in zoveel andere gevallen.

De passie voor het leven



Ik pleit voor een nieuw vak, te beginnen op de basisschool.
Eentje die bepalend is voor de rest van het leven. Bepalender dan lezen, schrijven, spelling of de plaatsen van de wereld te weten benoemen. 
Het is het vak, de kennis, de kunde, die men door schade en schande wijs is geworden, maar ook geleerd kan worden. 

Je eerste examen

Deze week is het er zo maar ingeslopen, de eerste Kamer stemde er mee in, en via publicaties stelde ik mij er van op de hoogte.
In 2015 is het basis (!) onderwijs een examen rijker. 
Kinderen van 11/ 12 jaar worden aan het eind van hun schooltijd onderworpen aan de landelijke eindtoets. 
Een genormeerde, gestandaardiseerde toets op (nu nog) reken- en taalgebied. 
De scholen die, zeer weloverwogen, nog niet deelnamen aan de Cito eindtoets, ontkomen er dan ook niet meer aan. 
En ik vraag me af: waarom? WAAROM?

Toekomst

Deze ochtend liep ik van het station naar mijn werk, een klein kwartiertje. 
Een druk bereden route, met twee grote VO scholen en een basisschool, niet zo gek op dit tijdstip van de dag. 
En terwijl alle jeugd mij voorbij reed en tegemoet liep zag ik daar de toekomst voor ogen.

Wedstrijd

Vreemde boel he, die ranking van RTL nieuws. (klik hier) Zo'n beetje heel onderwijs Nederland heeft er vandaag wel iets van gevonden, en ik ook. Wat de ouders er nu van vinden, daar ben ik vandaag niet achter gekomen. Het zou nog interessant worden in welke mate dit bedenkelijke lijstje van invloed zal zijn op de schoolkeuze.

Dijsselbloem: a vous.

Voor iedereen van 'buiten' zal de urenregeling in het basisonderwijs bizar in de oren klinken.
Voor mensen van 'binnen' is er gewennning aan 'urengedoe' en berekeningen, waarbij met regelmaat de klacht er is dat er teveel wordt gevraagd voor het aantal uren waarvoor men wordt betaald. 
Minister Dijsselbloem doet nu een duit in de zak (lees hier) , een welkome duit wat mij betreft. Immers de huidige regelingen zijn achterhaald, niet van deze tijd en al lange tijd slechts een papieren werkelijkheid. Het kan zo veel eenvoudiger (en daarmee ook goedkoper).

Van de zotte in de woestijn


Het is natuurlijk van de zotte dat we inmiddels zijn verzand in een vreemd 'welles-nietes-spelletje' tussen politiek, bonden en het onderwijsveld. 
Is het onderwijs tijdens verkiezingstijd de vriend van alle partijen; 'wij investeren in onderwijs', al snel na de vorming van een kabinet lijkt er geen partij meer te zijn die zich er daadwerkelijk hard voor weet te maken. 

Operatie passend onderwijs

Met het bericht dat scholen ‘autisten’ de toegang tot hun school lijken te weigeren, heb ik mij achter de computer gezet om eens ‘leeg te lopen’ op dit onderwerp: passend onderwijs.

Houd ze binnen

Houd ze binnen,
de jongens, de meiden, die buiten de lijntjes kleuren.
Anders zijn, creatiever, brutaler dan de rest.
Grootser zijn dan de school aan kan.
Tegen het systeem aanbotsen, op zoek naar de grenzen.
De grenzen van zichzelf.

Maakbaar

Ik denk niet dat ik er heel veel slechter van ben geworden. 
Het onrecht dat mij vroeger op school werd aangedaan en waarvoor mijn ouders geen discussie met de school aangingen.
Voor zover zij er iets van wisten, en enige notie hadden van het niveau en (het gebrek aan) de uitdaging van de lesstof, zo weinig passend bij wat er goed voor mij zou zijn geweest.

Onmeetbaar

Zag hem daar eens staan, grote broek, bretels, schmink op zijn gekleurde gezicht. Drie turven hoog, 7 jaar oud. 
Een levensgeschiedenis, een biografisch pad, een volwassene waardig. Voldoende om je naar binnen te keren. 
Nu vier turven hoog op de kruk gehezen, microfoon in zijn hand: 'Hooggeeerd publiek'.

Buitensluiten


'In onze klas hebben we 1 regel: we sluiten niemand buiten. De kinderen doen dat niet en ook ik doe dat niet. Niemand!' Zo opende Ellen Edmonds haar speech op de door mij bezochte inspiratie dag van 'Operation Education' (.nl)

Stinkende best

Je komt op je werk en doet je best, je stinkende best.

Ieder kind heeft het recht

Ik keek een theatershow en was geraakt. Ik luisterde naar een lezing en was ontroerd. En alles lijkt samen te komen in mijn dagelijks werk, als ik tijd heb om er naar te kijken, te horen en te voelen.

Worden wie je bent


Om ieder kind te laten worden wat het is. 
Negen woorden die pas echt betekenis krijgen in de dagelijkse praktijk. 

Voorbereiding op het leven

Doen wij voldoende voor onze kinderen, op de voorbereiding op het leven? 
Het is de vraag die mij als schoolleider, vader en man in deze maatschappij met grote regelmaat bezig houdt.

 

Winnen

Wanneer je zoals ik, jaren later, in de voetsporen van een vredesactivist mag staan, en je  je in zijn gedachtegoed nog eens verdiept, sta je wederom stil bij heel wat dagelijkse gewoontes.
En krijgt het spelen van een spelletje op de zondagmiddag met mijn eigen zoon weer een andere diepgang. 
Een diepgang die weer andere vragen oproept, vragen over opvoeding, de taak van school, een kijk hoe de samenleving er uit zou mogen gaan zien. 


Koker


Ik bevond mij in een angstaanjagende koker, samen met nog zo'n 50 anderen uit het onderwijs.
Een bijeenkomst waarop de resultaten van vele scholen met elkaar werden vergeleken en er werd ingezoomd op deze gegevens om te komen tot betere resultaten.

Geen VMBO.. toch?


'Als hij maar niet naar het VMBO hoeft', zo klonk het alweer in een gesprek met mij over het aankomende advies van een 11 jarige jongen. 
Niet zelden gehoord, het is meer regel dan uitzondering dat dit soort standpunten met mij worden gedeeld. Vrienden, familie, de taxichauffeur en natuurlijk ouders op school. 

Tegenpolen


'Maar even waar is het, dat de visie alleen niet het nieuwe tot stand brengt. Het is hier zoals overal, de twee polen moeten samenwerken.’ Kees Boeke - 1934

Slim

Hij is slim, heeft een iq van hoger dan 150, maar heeft een slecht geheugen.
Hij noemt zijn schooltijd een martelproces.
Leerde niet om te leren, en vat het onderwijs samen als: je leert om de gewenste antwoorden te geven en vooral niet om zelf na te denken.
Hij constateert dat je slechts 4,5% van de feitenkennis die je tijdens je schoolcarierre leert in je verdere levern nog eens tegenkomt. 
In een paar minuten tijd vertelt hij veel over zichzelf, over hoogbegaafdheid en het onderwijssysteem.
Om nog eens over na te denken..

Zoals ik ben

'Wat wil je worden?' is zo'n normale vraag, honderdduizend keer gesteld.
Na het zien van Toon krijgt die simpele vraag een andere betekenis.

Het is de toon

Niet zelden worden we geconfronteerd met het grote gelijk en de enige juiste waarheid.

School


Hij heeft er al lang geen zin meer in. En eigenlijk heeft hij er nog nooit zin in gehad.
School!

70 managers

Door 70 managers te ontslaan een hogere kwaliteit leveren. Het was een boeiend gesprek op de radio, met een waarheid als een koe. Tenminste... zo lijkt het.

Vruchtbare grond

Ik leerde lezen, rekenen en schrijven. Het was de bagage die ik vanuit de lagere school heb meegekregen.
Daarna trachtten de docenten mij nog iets bij te brengen over economie, natuurkunde en al die andere vakken die ik vanaf mijn 12e jaar kreeg aangeboden.
Het bleek een zinloze bezigheid van hen en van mij. Zaaien in onvruchtbare grond heeft nog nooit een goede oogst opgeleverd.

Het medisch model

Voor mij staat het denken volgens het medisch model voor het afzonderlijk benaderen van een probleem.
En met die betekenis van het woord staat voor mij dit denken voor de basis waarin het op zoveel fronten fout gaat.

Bloemen zijn rood



Ze komen binnen, de kinderen, vol verwondering en nieuwsgierigheid.
Alom geliefd om hun creativiteit en spontaniteit.
Vele volwassenen met enige jaloezie toekijkend naar eigenschappen die zij zelf door de jaren heen zijn verloren.

Held

De jongen zat nog maar een korte tijd op onze school.
Slechts 10 jaar oud, zijn vierde school, hij was zijn moeder gevolgd.
En in de paar weken tijd was zijn aanwezigheid niet onopgemerkt voorbijgegaan.
De problemen van het schoolplein zoog hij als vanzelf aan.
En in een relatie met de leerkracht leek hij ook weinig trek te hebben.

The times they are a-changin'











In Groot-Brittanië en in de Verenigde Staten lijken de grote winkelstraten al te zijn leeggelopen. Zo lezen we vandaag in de krant. 
Bedoeld wordt dat er niet meer in de straten wordt gewinkeld, maar van achter de computer.
In dezelfde krant staat dat in Nederland de snack van de snackbar online wordt besteld, (klik hier voor het artikel) en in een ander bericht lezen we dat de waarde van het bedrijf 'Twitter' is gestegen naar 8 miljard dollar. (in januari '01 nog de helft!)
De berichten doen ons denken aan de legendarische woorden van Bob Dylan (ver voor de digitale revolutie..):

Over de streep







Sinds deze week gaat de KRO, de omroep die vooral 'feelgood' programma's maakt, samen met Arie Boomsma en vele pubers  ' over de streep'. (klik hier voor meer informatie)

Volgens Amerikaans concept haalt hij de stille geheimen van de kinderen naar boven en wil ze daarmee uit hun (puber) isolement halen. 

Dit ten overstaan van een groot kijkerspubliek. Mooie televisie. 
Toch? 

Het ongeplaveide pad

Dankzij de labeling in het onderwijs kunnen vele ouders spreken over het, soms moeizaam, belopen onderwijspad met hun eigen kind.
Labeling, online beschikbare deskundigheid, en eenmans/vrouws therapiebureautjes zorgen niet zelden voor een grotere hulpvraag aan de leerkracht en de noodzaak voor grote deskundigheid van deze leerkracht.
Niet zelden keert de, deskundige, ouder teleurgesteld naar huis terug.

struggle

Er is voldoende reden tot twijfel aan de wijze waarop we tegenwoordig naar onze kinderen kijken.

Out of the box

Het zit bijna in onze genen ingebakken: we denken, voelen, handelen machinaal.

De wonderen der techniek

Nog steeds verwonderd over het gemak van mail, internet, skype, de ipad? Dat is niets vergeleken bij dit!

Nieuwe tijden

Wie nu in de school van zijn kinderen rondloopt en nog te veel herkent van zijn eigen jeugd, kan een mooie bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het onderwijs.

Van niets naar iets

Daar worden we nu echt blij van.
Van schijnbaar niets, toch iets maken.

Het zout der aarde

Het verschil dat de juf kan maken tekent zich in een simpele kwestie.
Zij die echt het verschil maakt stelt zich de vraag: 'Wat heeft dit kind nodig' en stelt zich niet de vraag: 'wat heeft dit kind'.

Productdenken

We kennen een school waar een lief, leuk meisje zit.
Al 5 jaar op een 'gewone basisschool' tussen 'gewone kinderen'.
Het meisje heeft syndroom van Down.

Alle blogs

Naar de geest van de wet (en niet de letter) (12-11-2018)

Plaatsvervangend boos (29-10-2018)

Bestuurder in een koepel (16-10-2018)

Dank je de koekoek (26-08-2018)

Werkdruk? (26-07-2018)

Tekort (21-07-2018)

Betekenisvol zijn (25-06-2018)

Jij-bak (15-04-2018)

Het is mooi (geweest) (20-03-2018)

de leerKRACHT (14-03-2018)

Het verleden koesteren (09-03-2018)

Volg het onderwijsgeld #1 (05-03-2018)

Omdat het genoeg is (02-02-2018)

ResearchED Amsterdam (21-01-2018)

Ruimte - verhalen van de Werkplaats dl 5 (18-12-2017)

Afgebroken muren - verhalen van de WP dl 4 (01-12-2017)

De kracht van vakkennis - verhalen van de wp dl3 (30-11-2017)

Woorden - verhalen van de wp dl2 (29-11-2017)

Verhalen van de WP - dl1 (28-11-2017)

In de rij (23-11-2017)

Binnensluiten (11-11-2017)

Het register (18-07-2017)

De pedagogiek als basis (25-01-2017)

Uitsluiten (21-01-2017)

Speciaal vakmanschap (12-11-2016)

World teachers day (05-10-2016)

Een verschil (21-08-2016)

De glimlach van een kind (14-10-2015)

Akkoord (12-05-2015)

Proeftuin voor het leven (18-04-2015)

Ogen (12-03-2015)

Angst (10-02-2015)

Onderwijsmoment (04-01-2015)

IJsje (17-12-2014)

December (07-12-2014)

mens (04-12-2014)

Storm (22-11-2014)

De muur (09-11-2014)

De pengreep (15-10-2014)

Veranderaars (02-10-2014)

Roltrap toch naar de maan (30-09-2014)

Vertrouwen (27-09-2014)

Alphabet een recensie (14-09-2014)

Ha Juf (10-09-2014)

De lat (06-09-2014)

Het knelt in het onderwijs. (20-08-2014)

Huh gaaaay (27-07-2014)

Balans (25-06-2014)

Ben je er? (18-06-2014)

Naieveling (04-06-2014)

Oefenplaats (16-05-2014)

De waarde van het hart (12-05-2014)

Education of the heart (11-05-2014)

'The Untitled document' (28-04-2014)

Koningsspelen (25-04-2014)

De kracht van onderwijs: pedagogisch tact (12-04-2014)

Aandacht (26-03-2014)

Volgzaamheid als excuses (05-03-2014)

En morgen (23-02-2014)

Het begin van het einde (23-02-2014)

Wie was je (16-02-2014)

Overheid beslist: gemiddelde lengte met 2 centimeter omhoog. (31-01-2014)

Een geluk (29-01-2014)

De passie voor het leven (20-01-2014)

Je eerste examen (17-12-2013)

Toekomst (27-09-2013)

Wedstrijd (14-09-2013)

Dijsselbloem: a vous. (21-08-2013)

Van de zotte in de woestijn (15-08-2013)

Operatie passend onderwijs (07-08-2013)

Houd ze binnen (05-07-2013)

Maakbaar (16-06-2013)

Onmeetbaar (15-06-2013)

Buitensluiten (28-05-2013)

Stinkende best (18-04-2013)

Ieder kind heeft het recht (04-04-2013)

Worden wie je bent (15-03-2013)

Voorbereiding op het leven (10-02-2013)

Winnen (02-12-2012)

Koker (10-11-2012)

Geen VMBO.. toch? (08-10-2012)

Tegenpolen (29-09-2012)

Slim (29-06-2012)

Zoals ik ben (23-05-2012)

Het is de toon (18-05-2012)

School (13-05-2012)

70 managers (27-04-2012)

Vruchtbare grond (17-04-2012)

Het medisch model (22-01-2012)

Bloemen zijn rood (03-01-2012)

Held (02-10-2011)

The times they are a-changin' (03-08-2011)

Over de streep (31-07-2011)

Het ongeplaveide pad (09-07-2011)

struggle (11-06-2011)

Out of the box (07-06-2011)

De wonderen der techniek (06-06-2011)

Nieuwe tijden (28-05-2011)

Van niets naar iets (26-05-2011)

Het zout der aarde (25-05-2011)

Productdenken (24-05-2011)